Uncategorized

Tahuata

In alle pilots en reisverhalen staat baai Hanemunoa als paradijselijk beschreven: goede ankergrond, redelijk beschut, prachtig snorkelen, hagelwit strand, zwaarbeladen fruitbomen alom. Beginnersfoutje van ons; dit lijkt ons wel wat, dus gaan we daar als eerste naar toe, om er achter te komen dat zeven andere zeiljachten dezelfde pilots en ervaringen opgevolgd hebben. Toch vinden we een mooi ankerplaatsje tussen de armada, en elke keer als er een jachtje vertrekt zitten wij op het vinketouw om een plaatsje op te schuiven. Maar het moet gezegd dat de lieflijke beschrijving helemaal klopt. Dit is helemaal het archetype van de tropische baai. Ook de beschrijving van Steven blijkt te kloppen; Steven woont in dit paradijsje in een fruitboomgaard achter het strand, tussen talloze kokos-, mango- en citrusbomen. Toch heeft dit paradijs Steven niet echt gelukkig gemaakt naar het schijnt; hij wordt dan eens beschreven als vriendelijk maar over-gevoelig, dan eens als super wantrouwend en ronduit agressief. We zijn gewaarschuwd!

Na de adembenemende snorkel-sessie is onze eerste land-excursie gericht op het bereiken van de steile, kale graat die de baai omringt. Maar voor de we daar zijn moeten we ons een weg naar boven banen over een super steile, rulle helling, dicht begroeid met stekelstruikgewas. Het is heet, we zweten ons te pletter en vorderen slechts moeizaam, Simon en Luja een tiental meters boven Peter en mij. Plots hoor ik boven mij een luid en angstig gegil, ik kan niet zien wat er aan de hand is. Dan komt Simon letterlijk hals over kop langs mij naar beneden stuiteren, zijn armen wild in het rond rondzwaaiend en onderweg stevige schrammen en butsen oplopend. Zo heb ik Simon echt nog NOOIT naar beneden zien komen, en ik weet nog steeds niet wat er aan de hand is en wat we moeten doen. Het blijkt dat ze een nest met vijf centimeter grote gele wespen verstoord hebben, en beiden op een tiental plekken gemeen gestoken zijn, wat blijkbaar ontzettend pijn doet, en pas na een aantal uren afzwakt… De jongelui beleven de pijn, we bekomen allemaal even van de schrik, en besluiten vervolgens onze expeditie voor vandaag maar af te breken.

Terug op het strand rolt Simon de waterdichte tas op tot een luchtballon, zo flippert hij vanzelf drijvend terug naar Lotta, wij zwemmen er om heen. We zijn er bijna als er plots een halfnaakte, supergespierde, zongebruinde man woest aan komt peddelen vanaf het strand. Zijn krachtige bewegingen, zijn verbeten gezicht, alles straalt een enorme boosheid uit. `Show me you bag! Show me your bag´, schreeuwt hij naar Simon, die gelukkig heel rustig blijft en heel open laat zien dat er alleen maar wandelschoenen, een camera en een zakmes in zit, en de man, Steven dus, overlaadt met positieve, kalmerende boodschappen. In eerste instantie lijkt hij bijna teleurgesteld dat hij ons niet betrapt heeft op het jatten van zijn fruit, maar langzaam kalmeert hij en verontschuldigt zich zelfs. Helaas is zijn frustratie nog te groot om een uitnodiging aan te nemen om even aan boord te komen om écht kennis te maken, nu of later.

Dezelfde baai is voor de één een stukje tropisch paradijs op aarde, voor de ander een bedreigende plek waar je continue angstig bent bestolen of bedrogen te worden door steeds weer nieuwe bootjesmensen…

De volgende dag schuiven we op naar de volgende baai. Nergens benoemd, niet gedetailleerd op onze waterkaart. Een stuk kleiner, iets minder beschut, maar nog mooier snorkelwater, minder stekelstruiken en… helemaal voor onszelf! We determineren de prachtigste vissen, maken mooie wandelingen en klauterpartijen, genieten van de volledige stilte en rust. Vanuit de kuip en het dakje van de buiskap bekijken we de zonsondergang over de zee die zich west van ons uitstrekt tot de Tuamotus, onze volgende bestemming. Hier en daar verschijnen de eerste sterren aan de hemel, eentje heel laag boven de rood nagloeiende horizon: ‘die kunnen we zo mooi zien ondergaan’, zegt Peter. Maar het sterretje zakt voor geen millimeter, integendeel, het lijkt wel of hij steeds hoger stijgt!? Niet veel later kunnen we met de verrekijker zien dat er ook een rood en een groen boordlicht bij het toplichtje horen, dat vanaf vele mijlen west in een kaarsrechte lijn naar ons toe komt varen. Nou moe! Wij dachten dat onze schipper voor ons het summum van avontuur en onbekende wateren had geregeld, blijkt er hier zomaar een catamaran te zijn die het gewaagt om in het pikkedonker vanaf vele mijlen ver in één rechte koers af te stevenen op een niet in kaart gebrachte baai van amper 200m doorsnee… Gauw steken we ons ankerlicht aan, en even later ook maar de deklichten. Even zijn ze zichtbaar in de war, varen een rondje, en nog een, maar komen uiteindelijk toch een kabellengte achter ons ankeren. Lichtjes kunnen weer uit. De volgende morgen blijkt dat dit Belgische gezin al twee jaar rond de Markiezen zwalkt, en deze prachtplek in hun favoriete waypoints had zitten! Zo’n inbreuk hadden ze nog niet eerder meegemaakt, maar konden ze achteraf wel waarderen 🙂 .

Door Bernard

Simon van Hemert

Simon van Hemert

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

1 + eight =