Sailing

Tahanea Atol

De Tuamotu archipel bestaat uit enkele tientallen atollen. In tegenstelling tot de hoge, steile, onbeschermde lava eilanden van de Markiezen zijn atollen enorme ringen van niets dan koraal met hier en daar clusters palmbomen; het archetype stille zuidzee eiland. Hier en daar zit er een gat in het rif waar het getij met enorme kracht in- en uit kolkt: de ‘pass’; als je daar eenmaal veilig doorheen bent, vaar je op een beschutte binnenzee, terwijl buiten de oceaan deining op het koraal kapot slaat, dan wel eroverheen schuimt.

Simon heeft Tahanea uitgezocht als onze bestemming; onbewoond, ongeveer 24 bij 8 mijl, drie passes waarvan eentje best breed (lekker relaxed voor onze eerste keer). Je probeert natuurlijk met de kentering naar binnen te varen, maar hoe bepaal je het moment van kentering op al die verschillende atollen als je geen HP33 hebt? Moeilijk moeilijk, temeer daar de invloed van de wind, de grootte van de atol, de breedte en oriëntatie van de passes allen aanzienlijke invloed schijnen te hebben. De Britisch Admirality Handbook durft een vuistregel te geven, daarvoor hebben we de momenten van maansopkomst en –ondergang ter plekke nodig. Die kunnen we niet googelen, maar dat hoeft ook niet want we hebben natuurlijk wel goed opgelet de afgelopen dagen!. Volgens onze berekeningen komen we halverwege de vloed aan, allerminst het beste moment dus, maar de pass is breed en diep en we besluiten niet te wachten maar haar rustig te benaderen en te bekijken. Ik mag de rattenladder op naar de zaling om daar vanuit een geïmproviseerd kraaiennest de ondieptes en stromingen te observeren. Gelukkig is het rustig weer, dus als snel voel ik me op mijn gemak daarboven en geniet van het prachtige uitzicht over de pass, het rif, de palmbomen. Zonder enig probleem kan ik zo de Lotta door het donkerste blauw van de pass loodsen, tussen de lichtblauwe ondieptes en de gele koraal uitstulpingen. Simon schatte de stroom mee op 6 knopen, dus onze berekening van half tij vloed klopte wel, en even later laten we het anker vallen in een schoon stukje ankergrond tussen de koraal uitstulpingen. We zijn beland in de reisfolder van de Pacific.

Ook het paradijs heeft een lagerwal.
In dit zonovergoten folder-paradijs komen we in mum van tijd in een heerlijke rustige flow: we schilderen en klussen, snorkelen in de pass, jutten op het rif, kletsen met twee mannen die kokosnoten oogsten, verbranden levend in de zon en spelen ’s avonds spelletje tot we volgens de scheepsregels om 21h naar bed mogen. Maar dan, na drie dagen, of zijn het er vier, of vijf? Voorspelt het satelliet weerbericht een verandering in het weer; regen en een ruimende wind. Dat is even omschakelen!? We ruimen het dek alvast op en nemen ons voor om de volgende dag naar de nieuwe hogerwal van de atol te verkassen. ’s Nachts wordt ik wakker van een geluid wat ik niet kan plaatsen; ik ga naar de kuip en daar zit Simon naar het navigatieschermpje te turen; hij was ook wakker geworden en had geconstateerd dat het anker gekrabd had. Dat is niet best, zoveel wind staat nou ook nog niet. We besluiten een tweede anker uit te gooien, en de wekker te zetten voor over een paar uur, en intussen gewoon verder te gaan slapen. De volgende ochtend regent het gestaag, ongekend deze hele reis! Waarschijnlijk hebben we op een moment in de nacht toch stroom tegen wind gehad of zoiets, want door het krabben en draaien zijn beide anker kettingen/trossen niet alleen met elkaar verward, maar moeten we ze ook onder de koraal pukkels uit manoeuvreren. Geen nood, we zijn inmiddels getrainde snorkelaars / duikers en even later zijn we ankerop. Peter roeit nog even stoer in Schup naar het rif, inmiddels volle lagerwal, om een losgeslagen stootwil te redden, en dan zijn we weg. We moeten onze passaatwinden instelling (ruime schoten, laat-maar-waaien, Florijn stuurt en we komen er wel) inruilen voor de echte zeilersmentaliteit; high-aspect ratio fok aanslaan, schoten trimmen op de centimeter, sturen op de graad – hoogte is winst, maar gang is alles! Het duurt even, maar dan hebben we de omslag gemaakt en boeken we flinke vorderingen. Ik dacht nog even dat het overdreven was om in de striemende regen vooropstaand uitkijk te houden naar de koraalpukkels, maar Simon gaf aan dat hij zich geen zorgen zou maken om de pukkels mits er maar een uitkijk voorop zou staan. Dus ik hijs de rits van mijn gloednieuwe Gills nog wat hoger, sluit de klitteband-kraag en begeef me naar de preekstoel. Om gelijk weer terug naar achteren te lopen met de boodschap dat er een paar honderd meter vooruit een duidelijke pluk branding is, en we dus óf overstag moesten óf flink afvallen! Wouw! En zo kruisten we een paar uur op, met een op zich rustig windje 4-5, in gestage regen en op een vlakke zee, met een voor ons totaal nieuwe uitdaging om echt elke tien minuten een pluk branding te zien waar we of onder- of overheen moeten, of overstag… We vertrouwen er maar op dat de pukkels niet een of twee meter onder water stopen, want dan zouden we ze absoluut niet kunnen zien. Zo hebben we een natte maar prachtige zeiltocht, alsof we het Markermeer opkruisen.

Op de hogerwal gaat Peter te water om vooruit te snorkelen en ons in een mooi schoon stukje ankergrond te loodsen. Waarbij nog gezegd moet worden dat Lotta, om de oude garde te imponeren, super rustig haar laatste overstagjes maakte op enkel bazaan en fok…

Door Bernard

Simon van Hemert

Simon van Hemert

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

twenty one − 16 =