Uncategorized

Salinas tot Marquesas

Door Peter

Longitude / time
In Salinas/Equador begonnen we met lengtegraad 80°57,7`,W en breedtegraad 2°01,6`Z. Uiteindelijk zeilden we vrijwel westwaarts. Elke minuut lengtegraad is (zo dicht bij de evenaar) vrijwel (0,99-0,98; de cos van de breedte) één mijl westwaarts.
Per dag deden we 140 mijl, dus ruim 2° westwaarts, dus elke week de klok een uur terug (15° lengte is een uur), dat deden we gelijk met het wisselen van de wachten.
Fatuiva ligt op 138°4`W, 10°25`Z, bijna 60° W verder, dus de scheepsklok 4x een uur teruggezet en 4 keer gewisseld van wacht, zodat iedereen de vervelende hondewacht heeft gehad. De laatste keer moest de klok 1,5 uur verder om gelijk te komen met de lokale tijd in Polynesië. Maar daar bleek dat we nog niet helemaal de goede tijd hadden. Toen we, na 25 zeildagen, zondagochtend om 8 uur scheepstijd klaarstonden voor de kerkdienst, bleek het lokale tijd nog 7 uur te zijn, en konden we nog een beetje rondkijken in het dorp.
Uit deze lengtesprong kunnen we ook heel simpel de gezeilde afstand bepalen:
60° x 60 [mijl per graad] x 0,98 (=cos gem breedte) = 3.528 zeemijl. (de paar graden die we zuidelijker zijn beland laat ik gemakshalve buiten beschouwing).

Zelfs in “De thuiskomst” van Anna Enquist, wat het verhaal verteld van de vrouw van James Cook, komen de “Timekeepers” van William Harrison voor. Zo belangrijk voor het oplossen van het “longitude”-probleem van navigatie. Als Cook terugkomt van één van zijn reizen laat hij een vat port bezorgen bij Harrison, zo dankbaar is hij voor de feit dat hij de tijd bij zich had, en daarmee zijn lengtegraad kon vaststellen. Voor ons, gewend aan GPS en digitale kaarten, bijna niet meer voor te stellen.

Jupiter
Jupiter heeft ons de gehele reis vergezeld. Als de zon onderging, zo rond 6 uur, was Jupiter een van de eerste hemellichamen die we zagen. Jupiter bevond zich in het begin net ten westen van de Melkweg. Het mooie is dat we goed kunnen zien waarom de planeten ook wel dwaalsterren werden genoemd. Jupiter schoof, hoewel hij zelf oostwaarts gaat, een tijd naar het westen, dus iets verderweg van de Melkweg. Dit wonderlijke fenomeen is alleen zichtbaar als de aarde tussen de betreffende planeet en de zon doorschuift. Omdat Jupiter rond middernacht boven ons staat, is de aarde daar nu mee bezig. Als de aarde weer tussen de zon en Jupiter weg is, gaat Jupiter weer aan haar gewone beweging oostwaarts beginnen. Hopelijk kunnen we dat de komende tijd met eigen ogen zien.
Op maanloze nachten is Jupiter het felste hemellichaam, zelfs de zee laat dan een brede baan weerspiegelingen van Jupiter zien. Als de maan schijnt, is het net of iemand een lamp heeft aan gedaan. Omdat Bernard nachtblind is (beweert hij) proberen we de wachten zo in te delen dat hij profijt van de maan heeft.

Daglicht
De zon gaat rond 6 uur onder. We proberen het avondeten tegen die tijd klaar te hebben, zodat we gezamenlijk dit mooie schouwspel kunnen zien. Als we onderweg zijn op zee, gaat iedereen, behalve degene op wacht (6-9), te kooi om weer wat slaap te pakken.
Op ankerplaatsen is het prachtig om met elkaar, in het kuipje, te genieten van het donker worden en het opkomen van de indrukwekkende sterrenhemel. Soms komt de sisha te voorschijn en wordt er genoten van de waterpijp. Of we drinken een klein glaasje rum. Op zee drinken we in het geheel geen alcohol. Op ankerplaatsen zelden. We hebben nu een paar keer met elkaar een fles wijn gedronken. De koelkast kan aan als er voldoende zon en wind is voor de energieopwekking.
De dag kondigt zich in de ochtend tegen 5 uur echt aan. In het oosten zijn alleen nog maar de helderste sterren te zien en worden de contouren van de wolken goed zichtbaar. Rond 6 uur komt de zon op. De eerste paar uur is de zon heerlijk, daarna begint hij al heet te worden. Als het licht was geworden sta ik meestal ook weer op om eerst een zeewaterdouche te nemen, gewoon met de puts op het voordek. Alles en iedereen wordt toch pikkerig van het zout, dan maar schoon pikkerig.

Snorkelen
Het snorkelen blijkt een sport op zich te zijn. Ik heb me door Bernard laten meenemen om goede snorkelspullen te kopen bij “Pacific diving”, hoe toepasselijk, nog wel in Reeuwijk. Aan de oppervlakte rondzwemmen en naar beneden kijken is ook al mooi, maar dichterbij de rotsen en het koraal, en in spleten en holen kijkend is wel zo mooi. Dan kun je zien hoe bepaalde visjes heerlijk tussen het koraal zitten, of hoe onder een rotsoverhang allerlei vissen je glazig aankijken wat jij daar komt doen. De meeste koraalvissen gaan niet voor je uit de weg, en zwemmen gewoon voor je bril. Allerlei vormen, kleuren en patronen, echt schitterend om in rond te dwalen. Indrukwekkend zijn de grote beesten; roggen die half verscholen op/onder het zand liggen, Manta-roggen, metersgroot, die soms vlak langs komen zweven, of rifhaaien. De eerste die ik zag was een dikke die overstoorbaar in tegenovergestelde richting naar de andere kant van de baai zwom. Op Tahanea volgde ik een rifhaai om een mooie foto te maken, toen keerde hij zich om en zwom uit de diepte recht op me af. Dat was niet de bedoeling dat hij belangstelling voor mij zou hebben! Gelukkig was dat ook niet zo en ging hij gewoon verder met rondzwemmen. Simon ontmoette dezelfde duiksessie een enorme dikke tonijn die recht op hem afkwam, schrok zich te pletter, toen schrok de tonijn en ging een andere kant op. Zo heb ik inmiddels ook mijn eerste octopus gezien, die zich heel schattig terugtrok in zijn hol in een rots op de bodem, en van daaruit mij bleef volgen met zijn ogen. De eerste morene zal ik niet gauw vergeten. Ik zwom op diepte langs een koraalwand, voor me twee blacktip reefsharks, toen er uit een hol een grote morene zijn kop stak en zijn bek met vreselijk tanden opende. Ik kan me niet herinneren dat ik zo geschrokken ben. Toen ik omhoog zwom kwam er onder me door nog een andere haai, die we niet met zekerheid kunnen determineren (mogelijk een houndfish of een sandtiger).

Om naar benden te gaan viel in het begin nog niet mee. Eerst wilden mijn oren nog niet klaren, dan doet elke diepte meer dan 1 meter pijn. Dat gaat nu gelukkig probleemloos. Later blijkt dat je ook nog je duikbril zelf moet compenseren, die wordt anders verschrikkelijk hard in je gezicht geduwd. Kortom, onderweg naar beneden ben je druk met van alles.
Ik had als beginner geen lood gekocht. Dat zit dan aan een gordel met een paar kilo om gemakkelijker te kunnen dalen. Inmiddels gebruik ik een stukje ketting van een paar kilo dat ik om mijn middel knoop. De energie die je bij het naar beneden duiken bespaart, kun dan benut worden om langer rond te kijken.
In het begin was ik steeds bang voor ademnood (in zwembaden durfde ik nooit lang of diep onder te gaan), als ik dan vond dat ik moest ademen, ging ik keihard naar boven zwemmen, wat het gevoel van ademnood (of paniek) verder versterkt. Inmiddels durf ik me rustig te laten omhoog drijven, afgezien van de eerste meters, ga je toch ongeveer even hard omhoog als een luchtbel. Het signaal van het lichaam wanneer het tijd is om weer te gaan ademen moet ik nog wel leren lezen. Gelukkig zijn Simon en Bernard heel ervaren en kunnen ze me voorzien van tips.

Jesper Spillenaar Bilgen

Jesper Spillenaar Bilgen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

fifty seven ÷ nineteen =