Sailing

De Schat van Tofua

Belevenissen van het 30+ team Belevenissen van het 30- team
Waterdichte tassen vinden we nergens voor nodig, en de Garmin tracker vinden we niet stoer. We hebben toch onze aantekeningen en aanwijzingen? Inderdaad komen we droog over, en terwijl we onze schoenen aantrekken op rotsen maken we kennis met het expeditieteam van ‘Havili’. Een paar van hen werken voor Elon Musk, en zijn zwaar geïnteresseerd in die slimme Delftenaren bij ons aan boord, geïmponeerd als ze zijn door de bijdragen van de TU Delft aan de Hyperloop. Aan boord moeten we eerst maar ergens heen, dan komen we daarna wel rustig bij. Dat bijliggen of ronddobberen lijkt ons maar niks, dan moet je steeds om je heen kijken, en het schommelt vast enorm. Daarbij hebben de andere vulkaanbeklimmers ons verteld over het snorkelen hier. Dus we ankeren een halve mijl verderop, niet echt beschut of goede ankergrond, maar wel lekker dichtbij, en nu kunnen we de landploeg in elk geval goed ontvangen op de radio.
De Havili mensen lopen een stuk sneller dan wij, maar rusten dan ook weer vaker. Wij dieseltjes vorderen gestaag door het struikgewas in en rond de gullies. Soms raken we het spoor bijster tussen de vele sporen en geitepaadjes. Afwisselend vinden zij of wij het makkelijkste pad, en zo klimmen we om en om achter elkaar aan of voor elkaar uit. Eerst maar wat eten, alle tassen uitpakken, veel drinken. Dan zijn we enorm toe aan een frisse duik, en als je dan toch gaat zwemmen, beter meteen naar het anker kijken en op schildpaddenjacht! Het anker ligt prima, achter een afgeronde steen gehaakt. Die houdt wel en krijgen we ook makkelijk weer los. Door het golvende water ben je elkaar meteen kwijt. Zo ontdekt Jesper de enorme scholen vissen bij de kant, en Simon de schildpadden bij het koraal.
Op de kampsite van de jongens vinden we aanmaakhoutjes, netjes gekloofd en opgestapeld voor de volgende gebruikers. Via de marifoon houden we Lotta op de hoogte van onze vorderingen. Het is niet overdreven heet, en na een kleine 2 uur zijn we op de kraterrand; een indrukwekkend uitzicht naar binnen, een wijds uitzicht naar buiten.

Geënt op het concept van ‘geocaching’ hebben we een schat meegenomen; een melkblik met daarin een zakmes, een bahco, een setje viltstiften en een ‘gipfelbuch’. We zoeken op de kraterrand een makkelijk herkenbare plek om de schat goed zichtbaar achter te laten. Als we de coördinaten willen opslaan, blijkt dat al onze slimme apparaten óf aan boord liggen (niet romantisch genoeg, angst om nat te worden) óf niets doen zonder bereik… Maar dat vinden we eigenlijk ook wel echter zo, we kiezen de subkrater en de westpunt van Kao als lijn waarop we de schat leggen.

Dan weer verder met uitrusten. Een potje kaarten, beetje eten, beetje limo drinken. Er komen nog 2 boten aanzeilen, die precies achter ons komen ankeren. Zo gaat dat, die zien iemand liggen en denken dat dat dan wel de beste plek zal zijn. Ze komen even buurten voor informatie over de beklimming. Dan besluiten we de harpoen weer eens tevoorschijn te halen, voor de enorme scholen vis die nergens bang voor waren. Inderdaad, vissen gevonden, en je kan ze bijna aanraken met de harpoen.  Maar dan, zodra je ze ook echt wilt schieten, dan zijn ze er opeens allemaal ver vandoor. Nergens te vinden, en behoorlijk schuw. Typisch speervissen is dat, de enige vissen die niet bang zijn, zijn óf te klein, óf het zijn enge barracuda’s of haaien, die je sowieso niet durft te schieten.

 

We hebben nog tijd om af te dalen in de krater, en ervaren de indrukwekkende natuurkrachten van het subkrater, die ploft en zucht als een prehistorisch overdrukventiel. Terwijl de mensen van Havili doorgaan naar het kratermeer klauteren wij terug, en vinden de plek waar we weer moeten afdalen. Als we onze perfecte timing willen melden aan het Lotta team, reageren ze niet. Ze zijn blijkbaar aan het duiken of zo.  
De afdaling verloopt voorspoedig, af en toe herkennen we een verbrande omgevallen boom, of een uitstekend plateau,  of blauwe lintjes aan de bomen. Maar dan komen we in de dichte begroeiing van de gullies en zijn we even hopeloos de weg kwijt. Peter denkt dat we linksaf moeten, ik denk dat we verder naar beneden moeten. We worstelen ons door hoge varens door. Waarom waren we zo eigenwijs die Garmin niet mee te nemen? Gelukkig bedenken we als snel wat je altijd moet doen in dit soort gevallen; terugkeren tot het punt waarvan je zeker weet dat je nog goed zat. Dat doen we, en ja hoor binnen enkele tientallen meters vinden we het goede pad terug en komen zonder problemen bij de betonnen plaat waar we nog rustig de tijd nemen om fruit te plukken; citroenen en ananassen, de mango’s zijn er nu niet. Onbegrijpelijk dat 30- hier niks geoogst heeft J. En ook stom dat ze nog steeds de marifoon niet beantwoorden. Enfin, het zal wel.  Dan nog de laatste gully, we zijn net op tijd op de oppikplek, om de Lotta te zien wegzeilen. Gelukkig laten ze het zeil weer zakken en komen ons op de motor ophalen. We horen maar niks van het 30+ team, wat ons een beetje verbaast. Maar goed, dan zullen ze wel of precies op tijd zijn, of net laat. We koken rustig wat eten en zijn van plan die kant op te kruisen. Als het anker eindelijk binnenboord is, wat nog niet meevalt voor onze oceaan-armen tegen deze wind en golven in, zetten we de zeilen. Nog voordat we getrimd en wel op pad zijn, zien we 2 mannen uit de jungle opduiken, druk zwaaiend. Dat  zullen ze wel zijn dan, dus toch maar even snel op de motor dit laatste kleine stukje.
Simon van Hemert

Simon van Hemert

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

÷ three = three