Blog

Sailing

Tahiti en Moorea

Door Peter

Bij gebrek aan inspratie hou ik me een beetje aan mijn dagboekje, dat geeft in ieder geval een indruk van onze belevenissen.

Woensdag 11 sep, aankomst Tahiti / Taina
Na de prachtige tijd op Tahanea (Tuamotus) hebben we ruim drie dagen zeilen nodig om Tahiti te bereiken. We hebben de vulkanen met hun typische bewolkte toppen sinds gisteren al in zicht, maar in de nacht hebben we maar weinig wind gehad. Aan het begin van de middag bereiken we de doorgang van het rif dat ons leidt maar de jachthaven van Taina.
Zo’n rif, dat rondom Tahiti ligt, ligt net onder water. De oceandeining breekt daar met een prachtige branding op stuk. Het gevolg is wel dat er voortdurend water over dat rif heen wordt gestuwd dat via de passes ook weer naar zee terug wil stromen.
In de pass staat dus een flinke stroom naar buiten, waar we gelukkig op de motor tegenin komen. Terwijl we daar varen wordt er op de grens van het rif en de pass gesurfd op de surf van de machtige oceaandeing. Boeiend schouwspel, het zijn zeker geen beginners die hier durven en kunnen surfen.
Na bijna twee maanden op zee hebben we ons erg verheugd op een douche, en andere luxe zoals de was doen, in de jachthaven. Helaas blijkt deze vol te zijn, daar gaat onze douche-droom.
Ook de reede, met mooi uitzicht op Moorea, is behoorlijk vol. Na enig zoeken hebben we een ankerplek tussen allerlei andere jachten.
Schub, onze bijboot, wordt weer tevoorschijn gehaald, en klaargemaakt voor gebruik. Dan kunnen we via de dingy-steiger van de jachthaven toch aan land.
Bernard, Luja en ik halen wat boodschappen bij de Carrefour, ondertussen natuurlijk ook een lekkere ijskoffie. Het gaat alleen maar om wat lekkernijen waar we ons op hebben verheugd. Wat dat was blijkt dan wel uit het menu van de dag:
watermeloen-salade met munt en feta,
pasta met 3-4 kazen-saus en
Tiramisu toe (kant en klaar).
Hebben we dubbel van genoten, eerst van de voorpret en het verheugen, en ook van het eten!
Simon verheugt zich al enige tijd op de komst van Jesper, een van zijn maatjes en partners in het wereldreisproject. Jesper komt vanavond aan op Faa Tahiti International Airport.
‘s Avonds haalt Simon Jesper lopend op. De luchthaven is iets van een uurtje lopen. Terug met de taxi, zijn ze al voor middernacht terug. Welkom aan boord voor Jesper, die vanaf Nieuw Zeeland het “stokje” over gaat nemen van Simon.

Tahiti in zicht

Donderdag 12 sept Marina Papeete
In de ochtend gaan we met de bus naar Papeete voor het inklaren bij de (douane-)autoriteiten. Na een zoektocht door het havengebied vinden we de havenmeester van de marina in zijn kantoor, die nogal is verborgen wegens bouwwerkzaamheden. Hij helpt ons met de formaliteiten als we in de haven liggen, in het hartje van Papeete is wel plek. Wij gaan dus terug om met Lotta naar Papeete te varen. Door de Faa-kanaal, onderdeel van de lagune, om de luchthaven heen, naar de marina (waarover later meer).
‘smiddags genieten we al van een lekkere lunch op een terras vlakbij de haven.
Vlakbij het terras was een kapsalon. Daar hebben Bernard en ik een afspraak gemaakt om ons later op de middag heerlijk te laten knippen door de dames.
De douches bij het havenkantoor zijn vandaag voor het laatst open, daarna zijn ze een tijd niet beschikbaar wegens de verbouwing. We hebben dus geluk dat we nog net onze gedroomde douches kunnen nemen. Voor ons verdere verblijf kunnen we ons goed behelpen met de zoetwaterslang op de steiger.
We kunnen dus heerlijk frisgewassen uit eten voor het naderende afscheid van Luja. Zij vliegt zaterdagochtend vroeg terug naar huis, na 4 maanden aan boord van Lotta.
Heerlijk eten, zeker de desserts, bij Lapizzeria, en lekker koude drankjes.

Vrijdag 13 sept Papeete: Bootschappen
Na ontbijt met vers stokbrood en croissants, gaan de mannen op zoek naar de benodigdheden voor Lotta; de bootschappen. Van bouten enzo tot en met visspullen. Luja neemt de gelegenheid om nog wat van Tahiti te verkennen.
De zoektocht naar de benodige onderdelen leidt ons door de haven-buitenwijk van Papeete. Ook al begonnen we vroeg, al gauw wordt het weer heet.

Als we zijn geslaagd, strijken we weer neer op het terras bij Patachou, ons terrasje van gisteren. Voor een lunch, en andere smartphone- geneugten dankzij wifi.

Verder lekker wat gelummeld, met af en toe een “steiger-douche” om wat af te koelen.
Luja is ook net voor etenstijd terug na een lange klim/wandeltocht naar een waterval; “en bij de touristen info hadden ze gezegd dat het een tocht van 2 uur was!”.

In de avond gaan we uit eten bij een piepklein tentje, soort kioskje met wat tafels buiten, in een parkje. Samen Luka, een Georgier die zijn vader vergezelt op een deel van diens wereldreis. Simon had hem al eerder ontmoet, en leuk contact gehad, in Panama.
Bij dit tentje, al zou je dat niet verwachten, aten we heerlijke entrecôte, volgens enkelen, de lekkerste ooit, met heerlijke salade.
Voor het slapengaan afscheid genomen van Luja. Zij vertrekt in alle vroegte naar de luchthaven. Na maanden met elkaar te hebben samengeleefd op Lotta gaat zij weer terug naar het “gewone” leven.

Zaterdag 14 sept Papeete:Boodschappen
Na het gebruikelijle verse stokbrood, gaan vroeg op pad voor de boodschappen. De grote supermarkten zijn vooral goed bereikbaar voor auto’s (net als in Frankrijk), voor ons is het 5 km lopen.

Als we twee karren vol hebben verzameld, afgerekend en weer ingeruimd met de boodschappen in dozen, hopen we een taxi te vinden. Na een korte zoektocht naar taxi’s, deze komen in Tahiti veel minder voor dan in Equador en zijn ook nog rete-duur, lopen we maar terug met de supermarktkarren.
Boodschappen zijn duur in Tahiti, veel wordt overgevaren / gevlogen uit Frankrijk.
We gaven voor 600 € uit. Lijkt veel, maar als je in aanmerkkng neemt dat we hiermee wel weer voor twee maanden eten aan boord voor 4 hebben, valt het reuze mee, hebben we eigenlijk veel te weinig uitgegeven.
Na het stouwen van de voorraden en de steigerdouche, gaan we op het terras bij Patachou de blogs voor de website bijwerken.
Vanavond eten we weer eens aan boord; Broccoli met rijst en pindasaus (nog steeds van de 5 kg pindakaas van de markt van Salinas).

Wat ik helemaal vergeet te vertellen is dat het bijzonder is om weer contact te kunnen hebben met onze geliefden en ander thuisfront. Het is fijn om de vertrouwde stemmen weer eens te horen en een beetje bij te praten. Sinds Tahuata (26 aug) hadden we geen netwerk meer gehad.

Zondag 15 sept Papeete -Moorea
Cynthia, onze kapster in Papeete, had ons al aangeraden om op Moorea naar Opunohu-bay te gaan. Daar kwam zij vandaan, daar was het wel heel mooi.
Vrijdag, de bootschappen-dag, hadden we onze gasflessen naar een tankstation gebracht om te laten vullen. Aangezien dat 2 werkdagen duurt, zullen die pas woensdag as. beschikbaar zijn. Geen punt, maar Papeete is ook lawaaiig en heet. Daarom combineren we deze tijd met een bezoek aan Moorea.
Na het stokbrood-ontbijt gooien we los.
In de havenmond worden we utgeleidde gedaan door een groep dolfijnen, die daar zijn, ondanks de voorbij jakkerende veerboten.
Jammer genoeg waait het te weinig om te kunnen zeilen, we motoren een groot deel van de weg. Pas het laatste stuk kunnen we zeilen. Maar dan gaan we wel kruisend door de pass, tussen de riffen door kruisen we helemaal tot diep in de baai. Mooi om te zien dat het zeil-dna-gen op Lotta geen generatie heeft overgeslagen.
Achterin de baai liggen we prachtig beschut en vrijwel alleen.

Opunohu-bay is de baai waar de “The mutiny on the Bounty” (1964, met Marlon Brando in de hoofdrol) is opgenomen. Deze hebben we na een heerlijk maal (pasta met aubergine en kaas) gekeken op de laptop van Simon, tenminste, de eerste anderhalf uur (van de drie). Mooi om af en toe de achtergrond te herkennen. Toen was het echt wel weer bedtijd voor ons.

Opkruisen in Opunohu bay

Maandag 16 sept. Moorea -Opunohu bay
Vroeg op. Na het ontbijt staan we al om 7 uur op de wal voor een eerste Moorea-wandeling. Door een vlakke vallei (garnalenkwelerij en weilanden met koeien) lopen we naar het begin van een aantal wandelingen. We kiezen een route door veel bos, langs wat archeologische sites en uitkijkpunten. De wandeling is mooi aangegeven, het pad behoorlijk onderhouden, en het bos schaduwrijk. De sites bestaan uit de ruïnes van 15e eeuwse tempels van nederzettingen op de hellingen. Na de bossen en een mooi uitkijkpunt over beide baaien (Cooks- en Opunohu-bay) dalen we af naar onze baai, langs zinderende hete ananasvelden.

‘sMiddags tijd voor siesta, een spelletje, een lekker maaltje, nog wat kletsen in de kuip en voldaan te kooi.

Uitzicht op Mount Rotui en de baaien

Dinsdag 17 sept Moorea Opunohu bay
Simon, Jesper en Bernard gaan vandaag de top van de mount Rotui op lopen. Ik ga niet mee, voor mij persoonlijk is het te heet voor zo’n inspanning, bovendien is het goed om een dagje uit de zon te blijven voor mij.
Mount Rotui is een berg tussen de twee grote baaien van Moorea in. Vanaf het schip goed te zien, met de top veelal in de wolken.
Om 7 uur zet ik het klimteam af op de wal en ga lekker lummelen en wat klusjes doen. Gisteren was het een jaar geleden dat mijn moeder overleed.

Wat ik hoorde was dat de beklimming mooi was, deels over smalle graten, langs steile afgronden, en soms verende ondergrond (veen-achtig). De uitzichten over Moorea en beide baaien waren wonderschoon, behalve op de top, die zat weer eens in de wolken.
Op de terugweg zijn nog wat verse boontjes en sla gescoord bij een stalletje langs de weg.

Na thuiskomst van de expeditie-leden was er een welverdiende lunch van pasta-pesto met verse salade. Aansluitend de film afgekeken.
Potje klaverjassen, weer lekker eten (he wat akelig), en vroeg te kooi.

PS
Complimenteer mezelf dat ik een keertje niet heb meegedaan aan een activiteit en mezelf de rust heb gegund.

uitzicht vanaf Rotui

Woensdag 18 sept Moorea Opunohu bay
Vanochtend zeilen we naar een ander ankerplekje achter het rif bij de ingang van de baai. Hier kunnen we wat snorkelen en wat klusjes doen, maar dat klusjes doen kan overal en altijd.
Vlak bij ons ligt een groot beeld van een Tiki op de bodem. Mooi om naar toe te duiken, een beetje schoon te maken en de details te bekijken. Verder een vis met twee hoornen gezien (cow-fish) en Lion-fish, die alleen maar verscholen in zijn hol mooi lag te wezen. Verder veel prachtige hele grote schelpen, maar allemaal nog bewoond.
‘sAvonds koelde het heerlijk af en hebben we nog lang buiten zitten kletsen.

Lionfish

Donderdag 19 sept Moorea-Tahiti
Vandaag zeilen we terug naar Papeete. In de ochtend is er nog weinig wind, en is het mooi weer voor walvisspotten. Er zijn ook al een aantal bootjes met touristen op pad. Een eind voor ons (jammer genoeg best ver weg) zien we springende bultruggen, en bultruggen die met hun grote lange vinnen op het water slaan.

Naast de grote ingang van Cooks-bay bevindt zich nog een kleine pass in het rif. Hier nemen we even de tijd om wat te duiken. In twee-tallen. De 2 aan boord, laten Lotta wat bijliggen en halen de duikers weer op bij de pass. Terwijl vlakbij een groepje van drie bultruggen passeert.
Daarna een heerlijk zeiltochtje terug naar Papeete. Aangemeerd in dezelfde box in de luxe marina van Papeete (maar geen douches).
De marina is prachtig; mooie drijvende steigers, even rond als de boulevard, onderwaterverlichting bij de kade, en een stukje koraal, met bijbehorende vissen, bij de boulevard. Aan de tegenoverliggende kade liggen wat superjachten, die de gehele dag worden gepoetst door hun bemanningen.

Op de terugweg naar Papeete

Lotta 2.0

Jesper is, sinds La Coruña, een jaar niet meer aan boord geweest, en heeft eventjes vetrouwd moeten raken met de innovaties van Lotta. De meest in het oogspringende zijn de nieuwe windvaanstuurinrichting (genaamd “Florijn” omdat hij zo duur was) en de windmolen. Een en ander bracht hem tot de interessante vraag “Wat zouden we anders willen/doen als we een Lotta 2.0 zouden willen (en meer geld hebben)?”.
Daaruit ontstond een gedachtenwisseling over de specs van zo’n schip. Over 5 jaar, als Bernard en ik tijd hebben en Simon en Jesper ook geld hebben (en kleine kids?).
Enfin, het wordt een prachtig schip, liefst een klassieker of met een klassieke uitstraling, met: El. Drive (met klein fluisterpowerpack); met 2 mens te zeilen (2 master?); 3×2-pers kooien waarvan één 2-pers kooi in een aparte hut, en enkele losse; watermaker; windmolen en zonnepanelen/Bimini; middenkuip; ruimte op dek om buiten te slapen; ook geschikt voor poolgebieden (geïsoleerd en verwarming); en een goede zewmtrP voor onze meisjes en 30+-ers; etc.. Het begon al bijna op een plan te lijken……. Dat had Jesper toch niet bedoeld met zijn vraag! Ben benieuwd waar we over 5 jaar (2024) staan?

Maar goed, ondertussen hebben we het fantastisch aan boord van Lotta, en brengt ze ons bereidwillig en veilig naar de mooie en afgelegen plekken op de aarde.

Vrijdag 20 sept Marina Papeete
Dagje Papeete, bedoeld om nog wat verse groente en fruit te scoren en uit te klaren. Om dan morgen te vertrekken naar Tonga.

En… we hebben eindelijk het beeldje opgehaald. Gemaakt door Simon op Fatuiva, meegenomen naar Tahiti door een vriend, nu op te halen bij een vriendin ergens in een buitenwijk van Papeete. We krijgen een telefoonnummer en proberen de reisinstructies (in het Frans) te begrijpen. Dat lukt eigenlijk pas écht als we de hulpvaardige mensen van het touristenbureau met haar laten bellen. Dan weten we met welk busje we waar naartoe moeten. Daar werden we bij de bushalte al opgewacht met het beeldje. Natuurlijk waren we heel nieuwsgierig naar hoe het geworden was, dit beeldje met een verhaal….

Met de bus naar de luchthaven voor wat douane-formaliteiten. Morgen alleen nog een papiertje halen bij het douanekantoor bij de haven.

Kaartje gelegd op terras met wifi (nog wat podcasts downloaden voor de oversteek).
Aan boord lekker lasagne gegeten, desserts bij Lapizzeria. Laatste avond in Papeete. Terug geslenterd langs een geheel afgezette boulevard. Blijkt er de wielerronde van Tahiti te zijn, maar geen Dumoulin gezien…

Zaterdag 21 sept Marina Papeete
Alleen nog een papiertje scoren ergens in de haven, en dan vertrek naar Tonga. Echter….., kantoor blijkt pas maandag weer open te zijn.
Plan gemaakt om zondag autotje te huren en ergens te gaan surfen.
De dag nuttig besteed met het vervangen van filters van de motor. De 30-ers die dat gedaan hebben in de hitte krijgen ‘s avonds heerlijke pizza’s uit eigen oven.

Zondag 22 sept dagje Tahiti
Autotje gehaald, jongens en stokbroden opgepikt en tegen de klok in het eiland rond op weg naar een beginners-surgspot.
Met hulp van het touristenbureau wisten we waar we moesten zijn en hadden we ook een adresje om surfplanken te huren. Toen we het hadden gevonden, bleek het enige lonboard gisteren gebroken te zijn. Dus wij heel optimistisch op stap naar het strand. Daar aangekomen bleek dat beninners-surf een relatief begrip is. Machtige golven, prachtige surf op een vooruitstekende bank in de moning van een riviertje. En, best drk, immers zondag. Ik ben maar teruggegaan met één van de surfboards om deze om te wisselen voor body-boards. Enfin, veel succesvol gesurfd hebben we niet, maar wel lekker buiten gespeeld en of en toe in de “wasmachine” gezeten.
Toen we uitgespeeld waren zijn we verder het eiland rondgegaan. Nog een wandelingetje gemaakt naar drie watervallen en nog ergens een heleboel pompelmoussen gekocht die klaar lagen langs de weg.
‘s Avonda gegeten bij de “Roulottes” (foodtrucks) in het park bij de haven. Dit was ons al aangeraden door Cynthia op de eerste dag in Papeete, maar hadden we eerder niet gezien.
Zou dit dan echt de laatste avond in Papeete zijn?

surfen in Parara
Sailing

Bodemangst

Door Bernard

Het is moeilijk onder te woorden te brengen, wat het snorkelen en vrij duiken allemaal met me doet. Maar het is zo bijzonder, dat ik het toch wil proberen.

Allereerst is er natuurlijk de ongelooflijke rijkdom van het onderwaterleven. Koraalvissen in de meest psychedelische kleuren en ondenkbare vormen. Ook koralen in alle vormen; bomen, grotten, pukkels, paddestoelen, wuivende pluimen, waaierende vleugels. Veel koraal is wit en dood, maar daartussen zie je overal pukkels felgekleurde levend koraal: paars, groen, blauw, geel, echt alle kleuren die je maar kunt bedenken. Jammer dat wij hier aan boord niet meer weten over de eco-systemen van de koralen, dan zouden we wellicht nog veel meer kunnen waarnemen en bewonderen (Vief, waar ben je?!)

Toch ben ik het meest gefascineerd door de grote vissen.

Haaien zijn natuurlijk een categorie apart, vanwege hun dubieuze reputatie. De rifhaaien die wij zagen, meestal 1 tot 2 meter lang, soms langer, zwommen alleen of met zijn tweeën vlak over de bodem hun rondjes, al dan niet met een grappig loodsvisje onder de romp. Ze lijken nergens in geïnteresseerd, noch in andere vissen noch in ons. Onverstoorbaar bewegen ze stilletjes en moeiteloos door hun territorium, kijken je af en toe aan met hun enorme ogen, en je hebt geen flauw idee wat ze drijft.

De Manta Roggen vormen echt het toppunt van gratie. Ze zien eruit als enorme ruitvormige tapijten met een zeldzaam lange staart als een antenne erachteraan. Simon zag er een van wel 5 meter doorsnede, die ik gezien heb bleven beperkt tot een meter of twee, maar daarom niet minder ontroerend in hun schoonheid. Ze bewegen ze zich onwaarschijnlijk gracieus door het water; of ze nu stofzuigeren over de bodem om zich te voeden, dan wel dat ze zomaar wat om je heen zwemmen, naar je toe en van je af, ze wenden en keren zich met het grootste gemak in alle drie dimensies, speels en statig tegelijk.

Maar de fascinatie voor het onder water zijn gaat verder dan de verwondering over de rijkdom en veelzijdigheid van het onderwater leven; grootser is de ervaring van het beleven van een soort geheim, iets dat je even waar mag nemen in een wereld waar we eigenlijk niet thuis horen. Om dat gevoel en klein beetje te benaderen, begin ik met een feitelijke beschrijving van wat er met je gebeurt onder water.

Allemaal zijn we inmiddels vrij geoefend in het zogenaamde vrij-duiken: al snorkelend adem je een paar keer diep om je bloed lekker te verzadigen met zuurstof, neemt dan een extra stevige teug, en zwemt met je armen verticaal naar beneden, tegelijkertijd zwier je je benen verticaal de lucht in; door dat extra gewicht duik je recht naar beneden de diepte in. Je hebt genoeg zuurstof om een minuut, of twee, rustig rond te flipperen en te kijken. Hoe rustiger je beweegt, des te langer kun je beneden blijven. (Maar ook; hoe rustiger je in je hoofd blijft, des te langer kun je beneden blijven. Zodra de haai die je volgt zich naar je omdraait, voel je een shot van adrenaline door je lijf gaan en is er onmiddellijk de impuls: ik heb lucht nodig! Maar ook dat leer je een beetje te beheersen.)

De eerste meters moet je even doorflipperen om de opwaartse kracht van het water te overwinnen; gaandeweg wordt je door de waterdruk samengeperst en gaat het makkelijker. Met één hand knijp je je neus dicht en ‘klaart’ je oren; je perst extra lucht in je hoofdholtes om te compenseren voor de toenemende buitendruk. Je andere arm houd je stil langs je lijf. Met je benen gestrekt beweeg je je flippers in rustige, lange slagen. Je zwemt wat rond, kijkt rond, en als je voelt dat je lucht op raakt, zwem je een paar forse flippers omhoog, vandaar gaat het steeds makkelijker, eigenlijk vanzelf, je kijkt rond terwijl je de zonlichtstralen weer krachtiger door het water ziet schijnen, en je voelt je steeds sneller opgetild worden terug naar de zuurstof, naar jouw vertrouwde wereld.

Als je een meter of tien diep bent, kom je in een zone waarin je totaal gewichtsloos bent. Als je niets doet, zweef je gewoon op één niveau, je wordt niet omhoog om omlaag getrokken, totaal moeiteloos, één beweging met je flipper en je zweeft vooruit, of je draait opzij, of je wentelt je gezicht naar boven, naar benden. Je hoeft alleen maar waar te nemen hoe je wordt opgenomen in de stille wereld zonder zwaartekracht. Ik vraag mij af: als ik nu in een stikdonkere nacht zou gaan duiken, en niet het licht boven me zou zien, hoe zou ik hier dan weten wat boven en wat beneden is? Hoe zou ik dan weten waar ik naar toe moest zwemmen om weer bij de vertrouwde wateroppervlak te komen?

Je weet dus rationeel; ik kan makkelijk een halve minuut naar beneden zwemmen, en dan weer een halve minuut naar boven zwemmen, en dan ben ik mooi op tijd terug. Maar zo werkt het niet (in mijn hoofd althans). Als je dieper gaat dan die circa 10 meter van hierboven, dan word je zover ingedrukt (je voelt hier overigens niks van) dat je echt gaat zinken. Je doet niets, en in zweefvlucht glij je moeiteloos dieper naar beneden, je ziet een koraalwand aan je voorbij glijden of de bodem dichterbij komen. Deze verslavende duikvlucht gaat echter gepaard met een angst: alles wat ik nu moeiteloos naar beneden zweef, moet ik zo meteen zwoegend terug zwemmen! Hoeveel reserve heb ik nog? Zou ik nog dieper kunnen, of moet ik al terug? Altijd als ik weer boven ben, denk ik: man, ik heb nog mega marge over, ik had best nog een tijdje langer beneden kunnen blijven, wat ben ik een watje!?

Duikers, die met flessen duiken, krijgen door de hoge druk hogere concentraties stikstof in hun bloed dan normaal, daardoor kunnen ze in een roes en zelfs een euforie raken. Ik kan het biologisch niet verklaren, maar ervaar zelf wel degelijk bij elke diepe duik een roes, als een inwijding opgenomen worden in die stille wonderlijke wereld, alleen maar hier en nu waarnemen en gewichtsloos zweven, aantrekkend en angstwekkend tegelijk, “laat dit nooit overgaan” zong Bram.

Voel
Voel hoe het zeewater trekt aan je lichaam
De zuiging naar diepe zee
Voel, en
geef het lichaam maar mee…

Sailing

Oversteek Zuid Pacific – Etappe 2

Door Bernard
Nu we Tahiti, het centrum van Frans Polynesië, ‘gedaan’ hebben, wordt het tijd om verder westwaarts te reizen, langzamerhand richting Nieuw Zeeland. Talloze eilanden op deze route lokken ons met sprookjesachtige namen, historische gebeurtenissen of boeiende reisverhalen, die de verbeelding prikkelen: Bora Bora, Rarotonga, de Cook Eilanden, Samoa, Kiribati… Veel te veel om in één reis te ontdekken, dus Simon stelt heel radicaal voor: we skippen alles, en stoppen enkel en alleen in Tonga op onze weg naar Nieuw Zeeland. Dan verdoen we onze tijd niet met zeilen (sic), in-en uitklaren, en nemen we uitgebreid de tijd om dit relatief onbekende en niet-verwesterde koningrijk te ontdekken. Zo gezegd, zo gedaan.

Deze etappe zal 1,500 mijl zijn, 14 dagen rekenen we, iets minder dan de helft van onze eerste etappe. Maar het zal minder leeg voelen; regelmatig zullen we weten dat er ergens niet al te ver achter de horizon een eilandgroep ligt te luimeren in de zon. Ook zal het weer minder bestendig zijn; de vertrouwde Oost-Zuid-Oost Passaat boet hier aan stabiliteit en kracht in.

We zeilen met een heerlijk noorderwindje en goed zicht vlak langs het rif van Moorea, waar we afgelopen week onze avonturen beleefd hebben; eerst passeren we de pass waarin we doken en Lotta lieten bijliggen om walvissen te kijken; dan onze ankerbaai, en tot slot de snorkelplek waar we de onder-water Tipi zagen. En op de achtergrond steeds die haarscherpe kam naar de top van Mount Rotui; toen we die beklommen hadden we amper een paar tientallen meters zicht in de wolken, vandaag domineert de berg majestueus het hele eiland. Met een paar uur is alles achter de horizon verdwenen en stellen we ons in op de nieuwe etappe.

We gaan dit keer voor een roulerend wachtsysteem: ’s nachts vier wachten van 3 uur (18-21, 21-24, 00-03, 03-06) en overdag 3 wachten van 4 uur (06-10, 10-14, 14-18). Totaal 7 wachten per etmaal, en we zijn met vier dus elke dag heb je één nachtwacht en meestal ook een dagwacht, en elke dag schuif je vanzelf één wacht op. Aan het begin en aan het eind van je wacht neem je een uurtje overlap met je maat om rustig over te dragen, samen een manoeuvre uit te voeren, of gewoon wat bij te kletsen of sterren te zoeken. De middelste uren van je wacht ben je lekker alleen met Lotta. Als het buiïg is, kun je nog best druk zijn met bijsturen, reven, ontreven; maar als het weer stabiel is heb je nu heerlijk de rust om je dagboek bij te werken, de bewegingen van de sterren eigen te maken, of het ritme van de golven tot je door te laten dringen. Voor je het weet is je wacht voorbij en kun je weer naar je lekkere warme kooi om uit te slapen de volgende dag in. Meestal dus. Niet altijd. Peter had de pech dat er in de vroege ochtend een ongelukkige golf over het achterdekje spoelde, zo ons luik in, plens op zijn bed. Jesper, die wacht liep, was in het kuipje ook zijknat geworden en informeerde gelijk door het luik hoe het daar beneden ging. Hij deed dat zo vrolijk, dat we eerst nog dachten aan een misplaatste grap. Maar een paar dagen later was Jesper echt niet in de buurt, en toch herhaalde het gebeuren zich nogmaals, ditmaal niet één maar wel drie putsen zeewater in Peter’s kooi… Ach, het houdt je bezig, opnieuw al je beddengoed drogen, en tevens word je met weemoed herinnerd aan de klamme lappen van het vooronder van de Rust en de Vriendschap…

Ergens halverwege de reis komen we langs een kleine atol met slechts een zeer summiere vermelding in de pilots: geen pass, wel een kleine, onbeschutte baai waar de gastvrije locals een paar moorings gelegd hebben; echter, allerminst een rustige plek om te overnachten. Omdat we toch vlak langs varen, besluiten we een spelletje te spelen met het thuisfront, waarvan we weten dat ze al onze bewegingen nauwkeurig volgen op de Garmin pagina van de website. We sturen recht op de atol af, en pas na het doorseinen van een tracking point varen we in een half maantje strak om het eiland heen, zodat we net vóór het volgende tracking point aan de andere kant beland zijn om onze oude koers te hervatten…  Ook hier is het zicht prima en durven we vlak langs de branding rond het rif te varen, we bewonderen het atol met zijn tiental eilandjes, spotten tussen de palmbomen hier en daar wat tekenen van bewoning: een schotelantenne, een watertank, een PV systeem. We denken zelfs dat we verderop in de baai twee mensen in een kano bezig zien. We zijn precies op tijd rond voor onze grap en maken weer een scherpe bocht weg van het eiland, onze oude koers richting Tonga. De marifoon is de hele week stil gebleven, maar nu kraakt-ie plots: “Sailing yacht, sailing yacht, here Palmerson Island…”
“Palmerson Island, here sailing vessel Lotta”
“Lotta, please change to channel 14”, op kanaal 14 gevolgd door:
“Lotta, you are heading in the wrong direction, the bay with the mooring is East of you. We have sent two men to assist you with the mooring, they are awaiting you in the bay…”
Ooops daar hadden we niet op gerekend, wat moeten we hierop antwoorden?
Palmerson geeft het nog niet op.
“Sailing vessel Lotta, how many persons do you have on board?” Alsof ze al bezig zijn een feestmaal aan te richten. We leggen uit dat we alleen maar hun mooie eiland in het voorbijgaan kwamen bewonderen, maar dat het niet ons plan was om bij hun te overnachten. Maar toch heel erg bedankt voor de gastvrijheid en sorry voor de gewekte verwachtingen… De man aan de andere kant van de marifoon kan er nog net “Allright then, have a good trip” uit persen, maar de teleurstelling druipt er van af. En ook wij blijven met een kater-gevoel zitten. Natuurlijk, het was een verre van ideale ankerplek, en het paste niet in ons originele plan, maar het beloofde wel onverwachte avonturen met gastvrije mensen die maar een paar keer per jaar wat verdwaald bootjesmensen ontmoeten? Hoewel we niet echt iets verkeerds gedaan hebben, houd ik er wel een verdrietig gevoel aan over, en zie alweer een reden om hier nog eens terug te komen (met Lotta 2.0!?), en dan wèl Palmerson expliciet op het lijstje te zetten; deining of geen deining!

Tijdens ons dagelijks boompje klaverjassen fantaseren we hoe we Palmerson aantrekkelijker kunnen maken voor jachten, door bijvoorbeeld een pass in het rif te creeëren. [Harten troef]. Baggeren? Mooie klus voor Boskalis met Wouter als projectmanager? [Stuk valt!] De Franse luchtmacht een gat laten bombarderen met overjarige munitie? [Laatste troef!] Of de marine met een paar goed gerichte torpedo’s? [Laatste slag is voor ons! Tel jij of tel ik?] Tegen elk plan komen vast wel wat natuurorganisaties in het geweer [Nat!].

De visvangst verloopt niet echt voorspoedig. Ze willen niet echt bijten, en de paar keer dat ze bijten zijn het zulke joekels dat ze de draad breken (of doorbijten) en niet aan boord komen. De eerste die we wel binnenboord krijgen is een sketchy barracuda. Vanwege zijn drie rijen vervaarlijke tanden klemmen we hem stevig onder de voet, hij kijkt me benauwd aan: “wat heb ik misdaan, ik krijg geen lucht, laat me los!”. Helaas is de barracuda één van de roofvissen die Ciguatera kunnen overdragen; een enge ziekte die zelfs dodelijk kan zijn, dus we geven hem terug aan de zee. De laatste dag hebben we opnieuw stevig beet: dit maal echt een enorme Wahoo van zeker 1,20 meter lang! Enorm gespetter, Simon ziet er stoer uit als hij hem moeizaam aan het dikke snoer langszij haalt. We fantaseren al dat we straks voldoende vis hebben om na aankomst het hele dorp uit te nodigen, maar eerst: hoe krijg je zo’n zwaar beest aan boord? Simon trekt aan de draad, ik steek mijn vingers door de enorme kieuwen en samen sleuren we zijn 30 spartelende kilo’s bijna over de railing. Dan nog een woeste klap, de wartel van de vislijn breekt open, de kieuwen scheuren uit, en de wahoo ligt weer in het water, bebloed, met haak nog in de wang en de bek totaal uitgescheurd… Voer voor de haaien maar niet meer voor ons. Beteuterd kijken we elkaar aan. Wat een beest was het! Hoe dichtbij waren we! Het was niet gebrek aan kracht, maar wel aan slimme aanpak van onze kant dat het ons niet gelukt is hem aan boord te halen. We bedenken een methode om dit soort pijnlijke missers in de toekomst te voorkomen. Sorry wahoo, we hopen dat je snel een ander, pijnloos plekje in de voedselketen vindt…

Onze landing op Tonga is op het eiland Lifuka. Het wordt al bijna gewoon, maar het blijft kicken, als we onder vol tuig en op minder dan honderd meter van de branding de punt van het eiland ronden. In het vlakke water achter het rif houden we wel de volle wind, prachtig zeilen dus! De jonge schippers-eigenaren en Lotta gaan even goed los om die oude generatie platbodemschippers eens te laten zien hoe je een zeegaand jacht op zijn kant kunt laten racen! De genua gaat volledig uitgerold, de schoten worden snoeistrak gehaald, en ja hoor daar gaat Lotta er als een hinde van door, ze springt vooruit en legt zich elegant op één oor; het water bruist nu permanent in het gangboord. Nog wat afvallen en het water staat op het potdeksel, Lotta geeft geen krimp, ze stuurt nog steeds pinklicht. Nog een extra vlaag en het water staat aan de reling, Lotta geeft nog steeds geen krimp, ze stuurt immer pinklicht en voelt veilig als een huis. Of anders gezegd, als een Colin Archer in de Stille Zuidzee!

(Overigens, als Lotta nog eens van plan is om de reling onder water te zeilen, is het een goed idee om de dop van de vulleiding van de dieseltank goed dicht te draaien!)

Dan zakt de zon achter de horizon, en is het speelkwartier voorbij. We laten Lotta’s anker zakken in de luwte van een baai. Met alle spanning en sensatie zijn we helemaal vergeten de koelkast aan te zetten voor het ankerbier! Dus vieren we alweer een oversteek, want zo voelen de afgelopen 12 dagen wel, met een rummetje. Proost! Op Palmerson Island! op de monster wahoo! En bovenal, op Lotta!

Sailing

Chez Lotta

Door Bernard

De vorige blogs hebben wellicht de indruk gewekt dat de bemanning van Lotta zich vooral inlaat met zeilstanden, planetenbanen en koraalvissen. Dat beeld moet node bijgesteld, aangezien het culinaire een prominente plaatst inneemt in ons dagritme. Je zou zelfs kunnen stellen dat alle andere activiteiten volledig ondergeschikt zijn aan alles wat met eten te maken heeft, en is een etappe zeilen met Lotta in feite een verkapte culinaire cruise.

Laten we beginnen bij het ontbijt. Bakkers Peter en Simon zijn hier de twee protagonisten, die elkaar elke nachtwacht de loef afsteken met een nog mooier, knappiger of luchtiger brood; dan wel dubbel gekneed en gerezen, dan wel extra zwaar met 7 granen, dan wel gevuld met sesamzaadjes, lijnzaad, vlokken of nootjes, die we allemaal in grote hoeveelheden hebben ingeslagen in Salinas. Deze heerlijke broodjes worden belegd met zelfgemaakte kruidenboter, sesampasta, gebakken eitjes of wat schaarse kaas. En dan een zoetje toe; wie kent er niet de uitmuntende “Musco Hazelnut Cholocate” van Brinkers, made in Holland, en aanzienlijk beter dan Nutella?!

Lekker vers broodje!

Afgezien van deze koolhydraten, verorberen we nu ook met zijn vieren een zo’n goddeijke pomplemousse, die sinds Tahiti helaas op rantsoen zijn maar daarom niet minder lekker. Daarnaast is het de taak van de ochtendwacht om de dagelijkse kokosnoot te slachten. Dat dit soms gepaard gaat met bloederige taferelen, versterkt slechts ons Robinson Crusoe gevoel. Sinds we bijna twee maanden geleden aankwamen op de Marquises ging er vrijwel geen dag voorbij dat we niet een zelf geruilde of geplukte pomplemousse en kokosnoot op het menu hadden.

Lunch blijft meestal beperkt tot een simpele noedelsoep (maar dan wel met extra bouillon en/of knoflook), aardappelpuree uit een pakje (maar dan wel met gecarameliseerde uienringen), of gazpacho (twee blikjes gepelde tomaten, één blikje puree, uitje en knoflook door de blender, paar augurkjes of komkommer erbij snijden). Maar soms ontaardt de lunch ook wel in een volwaardige tweede warme maaltijd. Dit is eigenlijk best vaak het geval realiseer ik me nu…

aardappel puree vulkaan met blauwe kaas saus!

De warme maaltijd: die is tijdens de lunch en het daaropvolgende dagelijkse klaverjastoernooi het belangrijkste onderwerp van gesprek. De opties worden bepaald door een aantal factoren:
1. Kunnen we iets bedenken wat gevierd moet worden, en wat ons een smoes bezorgt om eens extra uit te pakken? We blijken ook hier zeldzaam creatief: Weer 500 mijl afgelegd? Dagrecord verbroken? Lotta 1 jaar onderweg? Lotta 180 lengtegraden van Delft? Peter Jarig?
2. Wat heeft de visvangst vandaag opgeleverd? Worden het filets of sushi, gegarneerd in citroen of gebakken in roomboter? Of hebben we vandaag helemaal niets gevangen?

Lekker vers tonijntje!

3. Wat is de uitkomst van de dagelijkse ‘veggie check’? Welke groente en fruit zijn nu nog goed, maar moeten we op vóór dat ze zeer binnenkort verworden tot stinkende zachte zwarte smurrie? In het algemeen zijn we wel op tijd om het bederven van verse producten tot een minimum te beperken. Wanneer ik dit schrijf hebben we 11 dagen geleden verse boodschappen gedaan, en inmiddels hebben nog 2 komkommers (beetje uitgedroogd maar nog wel goed), aardappelen en yam (beetje uitgelopen), 1 ½ kolen (Buitenste bladen steeds weggooien), ¾ pompoen, 4 uien en een dozijn lemoentjes (schilletje uitgedroogd en bruin maar van binnen nog heerlijk sappig). En natuurlijk een grote voorraad droogvoer en blikvoer.
4. Wat is de accuspanning? Als die zeer hoog is, mogen we van de schipper de koelkast wellicht een uurtje of twee aanzetten, en dan komen toetjes als semifreddo en chocolademousse in beeld!

Na bovenstaande stappen een paar keer iteratief te hebben doorlopen, is het menu vastgesteld en kunnen de koks aan de slag. Simon beklaagt zich erover dat hij in deze rol te weinig aan bod komt, Jesper daarentegen vindt het nog steeds wel fijn om niet al te lang binnen bezig te hoeven zijn…
Pas als je bezig bent in de kombuis, merk je goed hoe heftig de oceaandeining Lotta laat rollen en dansen. Als je je worteltje snijdt, rollen alle plakjes gelijk van je plankje af de vloer op. Als je je mes weglegt om op je knieen de worteltjes bij elkaar te zoeken, vliegt het bij de eerstvolgende golf met een grote boog de worteltjes achterna. Als je je kom beslag even loslaat om een eitje uit de doos te pakken, weet je dat dat geen goed idee was en kun je eerst een half uur lang overal beslagspetters van alle wanden poetsen en vervolgens bij nul opnieuw beginnen. Vrijwel dagelijks sneuvelt er een kommetje of kom, die dan weer vol goede moed met twee componentenlijm gerepareerd wordt. Samenwerken is dus het devies, beide koks klemmen zich stevig vast tussen de bank, de tafel en de vloer; de ene houdt de kommen, planken en ingredienten vast, en de ander verricht de culinaire handelingen. Absoluut rustpunt in deze chaos van rondvliegende ingrediënten, keukengereedschap en lichamen is het cardanische fornuis dat als enigste wezen in deze 8baan nergens last van heeft; het lijkt woest heen en weer te slingeren maar alle potten en pannen blijven er wonderlijk genoeg als vastgeklonken op staan. En zo kunnen we meestal naar een uurtje improviseren, samenwerken, en wat vloeken een heerlijke maaltijd doorgeven naar buiten…

Dan volgt nu de geheime bereidingswijze van de top-8 recepten met de beste on-board recenties:
1. Tahin. Sla op de markt van Salinas kilo’s spotgoedkopen sesamzaadjes in. Laat Peter de vleesmolen van wijlen zijn moeder in de handbagage meenemen, en klem de stevig op de trap. Dat de ingang hierdoor geblokkeerd wordt, is bijzaak. Zaadjes licht roosteren, drie keer door de molen, steeds flinke scheuten pindaolie toevoegen. Heerlijk, ook noodzakelijk voor:
2. Humus. Haal wat teentjes knoflook en een blikje kikkerwerten door de molen die toch al staat, mengen met kruiden en tahin; heerlijk voor op brood!
3. Het sap van de humus is prima op te kloppen tot eiwitschuim, bijvoorbeeld voor chocolademousse. Echter, de blikjes kikkererwten die wij hadden waren gezouten, dus hier aan boord blijft de chocolademousse van kippe-eieren favoriet (walnootje erop ter garnering, nog 6 plakken kookchocola over, hummm, moet wellicht ook op de rantsoenering). Wel eerst een slagroomklopper fabrieken van ijzerdraad op een boutje in de DeWalt accuboormachine.

Opkloppen met de boormachine

4. Pasta-room-kaas. Tahiti is Frans Overzees Gebied, dat betekent dat de Carrefour uitstekend voorzien is van alle Franse kazen en wijnen die je maar kunt bedenken. (Voor de intimi, zelfs de Sociando Mallet!). Minstens 800 gram pasta al dente koken, kookroom erdoor, pakje blauwe kaas erdoor smelten, half bokje parmezaanse kaas erdoor raspen. Lekker snel en altijd succes verzekerd! Zaak is wel voldoende kaas op voorraad te hebben. Dit doe je als volgt: je krijgt instructies om voor de pot nog 3,000 PFR te pinnen om de laatste dag voor vertrek door te komen. Per ongeluk druk je op de toets 30,000 PFR (zon op het scherm, kleine lettertjes, etc. etc.) en zo heb je plots 250€ die je in een dag kapot moet slaan, terwijl alle noodzakelijke boodschappen al gedaan waren… 
5. Wraps. Lekker snel en makkelijk. Wel eerst pittige mayonaise maken met voldoende chili erin – er is vrijwel altijd wel genoeg stroom voor de staafmixer. Bijkomend voordeel hier is dat je het probleem van de rondvliegende ingrediënten verplaatst van de koks naar de volledige bemanning….
6. Aubergine gerechten: vroeg beginnen; voor de melanzane moeten de schijfjes aubergine lekker geroosterd worden. Gemarineerd zijn de aubergines ook heerlijk, maar ook dat moet met voldoende geduld gebeuren. Ook op de pizza doen aubergineplakjes het uitstekend!
7. Amandel-citroen cake – niet te verwarren met natte begrafeniscake! Gebruik deels amandelmeel, en natuurlijk gechipte amandelen, en lekker veel lemoentjes!
8. Als je echt uit wilt spatten, bijvoorbeeld om 4 jaar Simon & Elena te vieren, maak hazelnoot-mokkagebak. Carameliseer twee eetlepels suiker (twee eetlepels, geen twee opscheplepels!), rooster amandelen en hak ze in mootjes, eiwit stijf kloppen, spatel alles erdoor met een scheut sterke koffie, half uurtje in de over. Smelt intussen chocolade met boter en koffie en koel af tot een stevige mokka-crème. Smeer de crème over de ingezakte schuimpjes (niet alles kan de eerste keer lukken) en garneer met een nootje. Vergeet niet dat je de komende uren niet zult kunnen slapen van de cafeïne shot.

Bij alle gerechten wordt getracht restjes over te houden voor de nachtwacht, echter de keren dat dat lukt zijn zeldzaam. Gelukkig zijn er dan nog die drie voorraadbakken met respectievelijk zoete, zoute en gemengde tussendoortjes. Voor mocht er iemand lekker trek krijgen…

Sailing

Tahanea Atol

De Tuamotu archipel bestaat uit enkele tientallen atollen. In tegenstelling tot de hoge, steile, onbeschermde lava eilanden van de Markiezen zijn atollen enorme ringen van niets dan koraal met hier en daar clusters palmbomen; het archetype stille zuidzee eiland. Hier en daar zit er een gat in het rif waar het getij met enorme kracht in- en uit kolkt: de ‘pass’; als je daar eenmaal veilig doorheen bent, vaar je op een beschutte binnenzee, terwijl buiten de oceaan deining op het koraal kapot slaat, dan wel eroverheen schuimt.

Simon heeft Tahanea uitgezocht als onze bestemming; onbewoond, ongeveer 24 bij 8 mijl, drie passes waarvan eentje best breed (lekker relaxed voor onze eerste keer). Je probeert natuurlijk met de kentering naar binnen te varen, maar hoe bepaal je het moment van kentering op al die verschillende atollen als je geen HP33 hebt? Moeilijk moeilijk, temeer daar de invloed van de wind, de grootte van de atol, de breedte en oriëntatie van de passes allen aanzienlijke invloed schijnen te hebben. De Britisch Admirality Handbook durft een vuistregel te geven, daarvoor hebben we de momenten van maansopkomst en –ondergang ter plekke nodig. Die kunnen we niet googelen, maar dat hoeft ook niet want we hebben natuurlijk wel goed opgelet de afgelopen dagen!. Volgens onze berekeningen komen we halverwege de vloed aan, allerminst het beste moment dus, maar de pass is breed en diep en we besluiten niet te wachten maar haar rustig te benaderen en te bekijken. Ik mag de rattenladder op naar de zaling om daar vanuit een geïmproviseerd kraaiennest de ondieptes en stromingen te observeren. Gelukkig is het rustig weer, dus als snel voel ik me op mijn gemak daarboven en geniet van het prachtige uitzicht over de pass, het rif, de palmbomen. Zonder enig probleem kan ik zo de Lotta door het donkerste blauw van de pass loodsen, tussen de lichtblauwe ondieptes en de gele koraal uitstulpingen. Simon schatte de stroom mee op 6 knopen, dus onze berekening van half tij vloed klopte wel, en even later laten we het anker vallen in een schoon stukje ankergrond tussen de koraal uitstulpingen. We zijn beland in de reisfolder van de Pacific.

Ook het paradijs heeft een lagerwal.
In dit zonovergoten folder-paradijs komen we in mum van tijd in een heerlijke rustige flow: we schilderen en klussen, snorkelen in de pass, jutten op het rif, kletsen met twee mannen die kokosnoten oogsten, verbranden levend in de zon en spelen ’s avonds spelletje tot we volgens de scheepsregels om 21h naar bed mogen. Maar dan, na drie dagen, of zijn het er vier, of vijf? Voorspelt het satelliet weerbericht een verandering in het weer; regen en een ruimende wind. Dat is even omschakelen!? We ruimen het dek alvast op en nemen ons voor om de volgende dag naar de nieuwe hogerwal van de atol te verkassen. ’s Nachts wordt ik wakker van een geluid wat ik niet kan plaatsen; ik ga naar de kuip en daar zit Simon naar het navigatieschermpje te turen; hij was ook wakker geworden en had geconstateerd dat het anker gekrabd had. Dat is niet best, zoveel wind staat nou ook nog niet. We besluiten een tweede anker uit te gooien, en de wekker te zetten voor over een paar uur, en intussen gewoon verder te gaan slapen. De volgende ochtend regent het gestaag, ongekend deze hele reis! Waarschijnlijk hebben we op een moment in de nacht toch stroom tegen wind gehad of zoiets, want door het krabben en draaien zijn beide anker kettingen/trossen niet alleen met elkaar verward, maar moeten we ze ook onder de koraal pukkels uit manoeuvreren. Geen nood, we zijn inmiddels getrainde snorkelaars / duikers en even later zijn we ankerop. Peter roeit nog even stoer in Schup naar het rif, inmiddels volle lagerwal, om een losgeslagen stootwil te redden, en dan zijn we weg. We moeten onze passaatwinden instelling (ruime schoten, laat-maar-waaien, Florijn stuurt en we komen er wel) inruilen voor de echte zeilersmentaliteit; high-aspect ratio fok aanslaan, schoten trimmen op de centimeter, sturen op de graad – hoogte is winst, maar gang is alles! Het duurt even, maar dan hebben we de omslag gemaakt en boeken we flinke vorderingen. Ik dacht nog even dat het overdreven was om in de striemende regen vooropstaand uitkijk te houden naar de koraalpukkels, maar Simon gaf aan dat hij zich geen zorgen zou maken om de pukkels mits er maar een uitkijk voorop zou staan. Dus ik hijs de rits van mijn gloednieuwe Gills nog wat hoger, sluit de klitteband-kraag en begeef me naar de preekstoel. Om gelijk weer terug naar achteren te lopen met de boodschap dat er een paar honderd meter vooruit een duidelijke pluk branding is, en we dus óf overstag moesten óf flink afvallen! Wouw! En zo kruisten we een paar uur op, met een op zich rustig windje 4-5, in gestage regen en op een vlakke zee, met een voor ons totaal nieuwe uitdaging om echt elke tien minuten een pluk branding te zien waar we of onder- of overheen moeten, of overstag… We vertrouwen er maar op dat de pukkels niet een of twee meter onder water stopen, want dan zouden we ze absoluut niet kunnen zien. Zo hebben we een natte maar prachtige zeiltocht, alsof we het Markermeer opkruisen.

Op de hogerwal gaat Peter te water om vooruit te snorkelen en ons in een mooi schoon stukje ankergrond te loodsen. Waarbij nog gezegd moet worden dat Lotta, om de oude garde te imponeren, super rustig haar laatste overstagjes maakte op enkel bazaan en fok…

Door Bernard

Uncategorized

Tahuata

In alle pilots en reisverhalen staat baai Hanemunoa als paradijselijk beschreven: goede ankergrond, redelijk beschut, prachtig snorkelen, hagelwit strand, zwaarbeladen fruitbomen alom. Beginnersfoutje van ons; dit lijkt ons wel wat, dus gaan we daar als eerste naar toe, om er achter te komen dat zeven andere zeiljachten dezelfde pilots en ervaringen opgevolgd hebben. Toch vinden we een mooi ankerplaatsje tussen de armada, en elke keer als er een jachtje vertrekt zitten wij op het vinketouw om een plaatsje op te schuiven. Maar het moet gezegd dat de lieflijke beschrijving helemaal klopt. Dit is helemaal het archetype van de tropische baai. Ook de beschrijving van Steven blijkt te kloppen; Steven woont in dit paradijsje in een fruitboomgaard achter het strand, tussen talloze kokos-, mango- en citrusbomen. Toch heeft dit paradijs Steven niet echt gelukkig gemaakt naar het schijnt; hij wordt dan eens beschreven als vriendelijk maar over-gevoelig, dan eens als super wantrouwend en ronduit agressief. We zijn gewaarschuwd!

Na de adembenemende snorkel-sessie is onze eerste land-excursie gericht op het bereiken van de steile, kale graat die de baai omringt. Maar voor de we daar zijn moeten we ons een weg naar boven banen over een super steile, rulle helling, dicht begroeid met stekelstruikgewas. Het is heet, we zweten ons te pletter en vorderen slechts moeizaam, Simon en Luja een tiental meters boven Peter en mij. Plots hoor ik boven mij een luid en angstig gegil, ik kan niet zien wat er aan de hand is. Dan komt Simon letterlijk hals over kop langs mij naar beneden stuiteren, zijn armen wild in het rond rondzwaaiend en onderweg stevige schrammen en butsen oplopend. Zo heb ik Simon echt nog NOOIT naar beneden zien komen, en ik weet nog steeds niet wat er aan de hand is en wat we moeten doen. Het blijkt dat ze een nest met vijf centimeter grote gele wespen verstoord hebben, en beiden op een tiental plekken gemeen gestoken zijn, wat blijkbaar ontzettend pijn doet, en pas na een aantal uren afzwakt… De jongelui beleven de pijn, we bekomen allemaal even van de schrik, en besluiten vervolgens onze expeditie voor vandaag maar af te breken.

Terug op het strand rolt Simon de waterdichte tas op tot een luchtballon, zo flippert hij vanzelf drijvend terug naar Lotta, wij zwemmen er om heen. We zijn er bijna als er plots een halfnaakte, supergespierde, zongebruinde man woest aan komt peddelen vanaf het strand. Zijn krachtige bewegingen, zijn verbeten gezicht, alles straalt een enorme boosheid uit. `Show me you bag! Show me your bag´, schreeuwt hij naar Simon, die gelukkig heel rustig blijft en heel open laat zien dat er alleen maar wandelschoenen, een camera en een zakmes in zit, en de man, Steven dus, overlaadt met positieve, kalmerende boodschappen. In eerste instantie lijkt hij bijna teleurgesteld dat hij ons niet betrapt heeft op het jatten van zijn fruit, maar langzaam kalmeert hij en verontschuldigt zich zelfs. Helaas is zijn frustratie nog te groot om een uitnodiging aan te nemen om even aan boord te komen om écht kennis te maken, nu of later.

Dezelfde baai is voor de één een stukje tropisch paradijs op aarde, voor de ander een bedreigende plek waar je continue angstig bent bestolen of bedrogen te worden door steeds weer nieuwe bootjesmensen…

De volgende dag schuiven we op naar de volgende baai. Nergens benoemd, niet gedetailleerd op onze waterkaart. Een stuk kleiner, iets minder beschut, maar nog mooier snorkelwater, minder stekelstruiken en… helemaal voor onszelf! We determineren de prachtigste vissen, maken mooie wandelingen en klauterpartijen, genieten van de volledige stilte en rust. Vanuit de kuip en het dakje van de buiskap bekijken we de zonsondergang over de zee die zich west van ons uitstrekt tot de Tuamotus, onze volgende bestemming. Hier en daar verschijnen de eerste sterren aan de hemel, eentje heel laag boven de rood nagloeiende horizon: ‘die kunnen we zo mooi zien ondergaan’, zegt Peter. Maar het sterretje zakt voor geen millimeter, integendeel, het lijkt wel of hij steeds hoger stijgt!? Niet veel later kunnen we met de verrekijker zien dat er ook een rood en een groen boordlicht bij het toplichtje horen, dat vanaf vele mijlen west in een kaarsrechte lijn naar ons toe komt varen. Nou moe! Wij dachten dat onze schipper voor ons het summum van avontuur en onbekende wateren had geregeld, blijkt er hier zomaar een catamaran te zijn die het gewaagt om in het pikkedonker vanaf vele mijlen ver in één rechte koers af te stevenen op een niet in kaart gebrachte baai van amper 200m doorsnee… Gauw steken we ons ankerlicht aan, en even later ook maar de deklichten. Even zijn ze zichtbaar in de war, varen een rondje, en nog een, maar komen uiteindelijk toch een kabellengte achter ons ankeren. Lichtjes kunnen weer uit. De volgende morgen blijkt dat dit Belgische gezin al twee jaar rond de Markiezen zwalkt, en deze prachtplek in hun favoriete waypoints had zitten! Zo’n inbreuk hadden ze nog niet eerder meegemaakt, maar konden ze achteraf wel waarderen 🙂 .

Door Bernard

Uncategorized

Marquisas en Tuamotus

Door Peter

Marquisas: Fatuiva/Hanavave, Hiva Oa/Atuona, Tahuata.
De eerste die we leerden kennen na aankomst op Fatuiva waren Temo en Hei. Hij is houtsnijder, zij maak kettingen en stoffen van uitgeklopte boombast. Verder is hij visser, beetje boer met een paar varkentjes, wat kippen en vooral fruitbomen. Op de erven in Hanavave lopen meestal kippen vrij rond, soms een varken aan een voorpoot vast gebonden, maar vaker in een klein hokje, en lopen meerdere honden meestal los rond. De honden, altijd scharminkelig, komen nooit het huis in en zijn erg schuchter tegenover mensen, we vermoeden dat ze voldoende trappen hebben gehad om dat af te leren.
De huizen zijn ruim en erg open, de keuken staat vaak onder een afdak. Zitkamer, slaapkamer en ev. buitenkamer (ook onder het dak) zijn erg open ten opzichte van elkaar. En de TV staat altijd aan, ook al is er niemand die kijkt. Elk huis heeft zeker een koelkast en een diepvries, voor de grote vissen (Wahoo of tonijn) of varkensvlees na de slacht. Hanavave heeft een eigen waterkracht energie-centrale (heel groen).
Bij het eerste bezoek aan het eiland kregen we meteen een rugzak pompelmoussen mee, en een broodvrucht en kokosnoten. Soort vriendelijk welkomstgeschenk, misschien ook wel om je te verbinden in de hoop dat je wat gaat kopen.
Iedereen op Fatuiva heeft last van de schaarste aan spullen. Christian, buurman van Temo en Hei, had een lasklusje aan zijn trailer voor zijn visboot, in het dorp zijn wel een paar lasapparaten, maar een gebrek aan electroden. Zoals ze ons hebben uitgelegd komt veel uit Europa of Nieuw Zeeland aan op Papeete/Tahiti, gaat dan per schip of vliegtuig verder naar Hiva Oa , een van de grotere eilanden van de Marquesas. Dan moet het per boot nog verder naar Fatuiva. Dan is alles inmiddels een stuk duuder geworden.
Simon heeft Christian enorm kunnen helpen met een lasklus aan zijn trailer. En kreeg twee prachtige beelden, een Tiki en een mantarog, als beloning.
De basiskosten van leven in het dorp zijn niet hoog, om aan geld te komen zijn houtsnijwerk en kokos het belangrijkste. We zagen bij de eerste wandeling al een bijzonder verrijdbaar dak waarvan we ons afvroegen waarvoor dat was. Blijkt voor het drogen van kokos te worden gebruikt. In de begaanbare dalen staan veel kokospalmen, met kliminkepingen, en is het bezaaid met kokosnoten. Deze worden verzameld, gespleten en het vlees wordt gedroogd. Gedroogd kokosvlees levert 140 Polynesische franken per kilo op, ongeveer 1,40 €. Omdat het vaak wat regent op de Marquesas, moet het droogbed snel afgedekt kunnen worden.
Het houtsnijwerk wordt aan huis verkocht, of gemaakt voor verkoop verderop in de keten richting Tahiti. Zo kwamen we in een tatoueershop in Atuona houtsnijwerk tegen van Temo, en was Simon (een houtsnijder waarover straks meer) bezig met een bestelling van 50 Tiki’s voor een evenement in Bora Bora.
Verder zijn waarschijnlijk de familieleden die in Frankrijk werken belangrijk voor de locale economie. Van de kinderen zijn er vaak een paar die in Frankrijk op school zitten, studeren of werken. Mijn indruk is dat dat maar voor een paar jaar is, het is volgens de Polynesiers erg koud in Frankrijk.
Er zijn veel huishoudens met een fourwheeldrive-auto, die vooral gebruikt wordt om de visboot uit het water te trekken.

Alle houtsnijders maken allemaal zo’n beetje dezelfde Tiki’s, Beeldjes van Polynesische krijgers. Bij de haven stond een pracht stenen beeld van een Tiki met een vissekop en een hele dikke buik. Ik heb Temo gevraagd of hij dat zou kunnen maken. Hij hapte niet erg, en na enige tijd gaf hij aan dat ik het maar aan de maker van de het beeld aan de haven moest vragen, hij woont ergens tegenover de school.
Toen deze gevonden was, hij blijkt ook Simon te heten, zijn vrouw Sisi. Heel aardig en vriendelijke mensen. Hij was bezig met een opdracht van tientallen Tiki’s voor een evenement in Bora Bora. Ja dat beeld bij de haven kon hij zich wel herinneren, had hij in 2001 gemaakt. Het kon ook best een zwangere vrouw zijn, maar van Sisi mocht hij haar geen borsten geven, want dan “gingen de mannen daar naar staan kijken”. Hij wilde wel zo’n beeld voor me maken, na wat doorpraten en onderhandelen waren we eruit. Hij ging dat beeld maken in (rozen)hout 35 cm hoog, maar hij zou dat nooit af krijgen voor ons vertrek van Fatuiva. Als wij hem nu laten weten wanneer we van de Tuamotus naar Papeete gaan, dan zorgt hij voor verscheping naar een nicht van Sisi in Papeete. We kunnen na aankomst contact met haar opnemen voor de overdracht. Hand erop en afgesproken. Ik geld gehaald en bij het afscheid krijgen we nog een bevroren varkenspoot en een rugzak pompelmoussen. De varkenspoot hebben we de eerste maaltijden heerlijk van gegeten. Misschien hoort het erbij, maar misschien heb ik teveel betaald?

Weer
Joshua Slocum, die als eerste alleen de wereld rondzeilde (1895-1898) beschrijft in zijn boek dat wolken die zich niet verplaatsen een hoog eiland verraden. Die wolken zie je eerder dan het eiland. Zo hangen er op de Marquesas ook wolken om de toppen (rond de 1100 m hoog). Het waait er altijd en het regent vaak een beetje. Op het eiland kan de wind schuilgaan achter de bergwanden, maar in de baai kunnen er hevige vlagen staan.
Aan het begin van de middag kan het erg heet zijn, geen weer om buiten te zijn. Regen lijkt dan tijdens de bui even verkoelend te zijn, maar zodra de regen stopt slaat de hitte in je gezicht. Op Hiva Oa hebben we een dag boodschappen gedaan, en tussen de middag onder een boom gewacht tot het postkantoor open ging. Niemand meer op straat, alleen die rare Europeanen. Bernard en ik hebben toen ook nog de graven van Gaugin en Brel bezocht. Eenvoudige graven op een prachtig kerkhofje met uitzicht op zee.
Later op de dag hebben we in het Centre Culturel de permanente expositie gewijd aan Brel bezocht.

Hiva Oa, het eiland van Gaugin en Brel op één dag zeilen van Fatuiva is een stuk groter en drukker. Van de ankerplaats naar Atuona is een uurtje lopen. De heenweg was goed te doen, nog vroeg en nog geen bagage, maar terug zijn we gaan liften. We hadden gelezen dat je maar je duim hoeft op te steken en er wordt gestopt. En dat klopt, behulpzaam en vriendelijk zijn we altijd meegenomen. Zo ontmoetten we Bruno, ex international van het Polynesische rugby team. Gaat volgend jaar met een veteranen team op tournee in Europa. Later kwamen we hem nog even tegen in een restaurant waar we aten, konden we nog wat doorpraten.
Hiva Oa heeft ook een vliegveldje met een dagelijkse vlucht op Papeete.
Verder was de baai of het stadje niet aantrekkelijk. Het water was te troebel, daarom zijn we niet lang gebleven.

De baaien op Fatuata (klein dagje zeilen van Atuona) waren veel mooier. Plaatjes uit de folder van het tropische paradijs. En het snorkelen is er prachtig, helder water met goed zicht en veel leven. Het dorpje op Fatuata was klein maar keurig. Alle bomen stonden in prachtige steenkringen, huizen en tuinen zagen er verzorgd uit. Zelfs de kerk was prachtig. Er was zelfs wat horeca, we zijn dan ook lekker een paar keer uit eten gegaan.

Op een typische dag op zo’n ankerplaats staan we vroeg op, 6 of 7 uur. Cappucino voor mij op bed van Bernard, pompelmousse in de kuip, en nog iets van pap of brood als we dat hebben gebakken.
En dan snorkelen of een wandeling in de buurt. De eerste wandeling liep in de soep, het ging regenen toen we zwemmend waren aangekomen op het strand, en we stuiten op de modderige en slipperige helling al gauw op agressieve wespen. Luja en Simon, de jeugd ging voorop, werden ieder 4 x flink gestoken. Andere wandelingen over ruig landschap verliepen gelukkig veel beter, zeker als we eenmaal de geitepaadjes hadden gevonden. Na de wandeling, terug aan boord, lunch en siësta en/of een klusje. Aansluitend nog een uur snorkelen en dan wordt het tijd voor het diner. Soms spelen we daarna nog een spelletje. We hebben zelfs een keertje Jenga gespeeld! Een extra uitdaging op een scheepje in de swell van de oceaandeining. Als we hadden gezeild mochten we 8 uur naar bed. Op andere dagen niet eerder dan 9 uur.

Marquesas/Tahuata – Tuamotu/Tahanea; “another week at the office”
Maandag ochtend 26 augustus halen we eerst nogs even postzegels, om kaarten te posten, en stokbroden. Na het ontbijt, met een ijsje uit de winkel, gingen we ankerop en zeilden de baai uit. Net als bij onze aankomst in deze baai, was een grote groep dolfijnen met elkaar aan het jagen in de baai. Bij het uitzeilen van de baai is er nog de vlagerige wind die uit het dal komt, daarna hebben we een uur gedobberd in de windschaduw van het eiland. Langzaam maar zeker kwamen we weer in de passaatwind die ons naar de Marquesas had gebracht. We pakten de draad van ons wachtsysteem weer op en proberen in het ritme te komen. Dat valt nog niet mee. De eerste dagen had ik het gevoel dat ik bijna altijd wel kon slapen, na drie dagen verdween dat en waren er wel perioden dat ik me uitgerust voelde.
Onze koers was nu ongeveer ZW, in het begin een ruime koers, weer lekker op het ritme van de oceaandeining. Omdat we zuidwaarts gaan, verlaten we het gebied van de passaatwinden. De wind kromp van oost naar noordoost, waardoor we voor de wind eindigden.


Deze week hebben we 2 verjaardagen te vieren. Maandag was het één jaar geleden dat Lotta uit Rotterdam vertrok, Simon is nu een jaar op reis. Woensdag was het mijn verjaardag. Ben verwend met Garmin-sms-je van Els, mooie kaarten en cadeautjes van Aletha, Bernard en Simon. De verjaardagscake die ik probeerde te maken mislukte faliekant, maar was toch lekker.
Vrijdagochtend voeren we tussen atollen van de Tuamotus op weg naar de ingang van het Atol Tahanea. Dat is een soort onregelmatige ovaal van 24 bij max 8 zeemijl. Zeg maar een langgerekt, smal Markermeer. De ovaal wordt gevormd door een ring van langgerekte eilandjes en riffen, met enkele doorgangen, als nauwe zeegaten.
De eilandjes, helemaal gevormd door koraal, zijn deels begroeid met struiken en palmbomen, en in het geval van Tahanea niet meer permanent bewoond.
De ingang van onze keuze, aanbevolen in de pilots want de ruimste en overzichtelijkst hadden we gepland te bereiken op “slack tide”, als er geen stroom staat omdat binnen en buiten even hoog zijn. Terwijl we heel rustig voeren, spoelden we met 6 knoop stroom naar binnen, met Bernard op uitkijkpost op de zaling. De vuistregels uit de pilot, of onze berekeningen klopten niet, maar we kwamen heel veilig binnen. Van deze ingang wisten we dat deze 30 m breed was en zonder koraalblokken verstopt onder water. Een uurtje na onze eerste passage hadden we onze ankerplek uit de folder van tropische paradijs.

Tahanea
Dit onbewoonde atol heeft nog wel de resten van een dorpje. Dat ligt op het eiland waar wij bij ankeren. Dit deel van het atol bestaat uit een langgerekt eiland met een begroeing van struiken en (palm)bomen. De oceaankant bestaat uit een groot rif van koraal. Een vlakte van ontoegankelijk ruw terrein van keihard koraal, met door de oceaan erop gesmeten koraal blokken.

De restanten van het dorpje zijn toch nog een beetje bewoond. Twee mannen, Maxim en Nicolas, hebben hier hun kokosdrogerij. In het mooiste huis staat hun oogst droog opgeslagen in zakken.
Ze halen met hun boot ook de kokos van de andere eilanden van dit atol.
Het mooiste van het voormalige dorpje is het schattige kerkje, met nog veel van de boedel. Zelfs een baar voor het ronddragen van een beeld in een processie!


We hebben er een paar prachtige dagen, prachtige duiksessies, mooie wandelingen en heerlijk stil water. Voor het eerst sinds weken helemaal geen oceaandeining.
Omdat de wind ging draaien zijn we naar de nieuwe hogewal gegaan. Een zeiltochtje van niks, maar wel heel bijzonder; het regende behoorlijk en het was niet warm. Er kwam zelfs regenkleding aan dek. Maar het meest bijzondere zijn de koraalblokken in het water. Al zeilend over dit grote meer, zeg maar een smal (5 tot 8 mijl breed en 24 mijl lang) Markermeer moet je uitkijk houden voor grote blokken koraal. Hoewel het 20-30 m diep is, zijn er blokken koraal tot net onder de oppervlakte. Die zijn te herkennen aan een andere kleur zeewater en/pf branding.
Ons doel was de hoge wal, een volgend eiland uit de keten van het atol. Prachtige plek, zo heerlijk rustig gelegen. Zelfs een hele windstille avond meegemaakt. Prachtig buiten slaap weer ( totaal geen muggen).
Omdat er een paar dagen harde wind uit het zuiden zou komen zijn we nog een keer verhuist naar de zw-hoek van het atol. Daar liggen wat kleinere tropische paradijsjes los van elkaar achter het rif waar de oceaan op beukt en overheen spoelt. Heerlijk om te zijn en rond te snorkelen/dwalen. Hier voelde het als een privé-eiland.
In het atol waren wel een paar andere jachten, maar veraf, er was geen onderling contact.
Omdat we de oceaandeing een dag extra wilden geven om tot rust te komen, zijn we één dag later vertrokken naar Papeete dan gepland. Maar wel een bijzondere en prachtige ervaring rijker

Uncategorized

Salinas tot Marquesas

Door Peter

Longitude / time
In Salinas/Equador begonnen we met lengtegraad 80°57,7`,W en breedtegraad 2°01,6`Z. Uiteindelijk zeilden we vrijwel westwaarts. Elke minuut lengtegraad is (zo dicht bij de evenaar) vrijwel (0,99-0,98; de cos van de breedte) één mijl westwaarts.
Per dag deden we 140 mijl, dus ruim 2° westwaarts, dus elke week de klok een uur terug (15° lengte is een uur), dat deden we gelijk met het wisselen van de wachten.
Fatuiva ligt op 138°4`W, 10°25`Z, bijna 60° W verder, dus de scheepsklok 4x een uur teruggezet en 4 keer gewisseld van wacht, zodat iedereen de vervelende hondewacht heeft gehad. De laatste keer moest de klok 1,5 uur verder om gelijk te komen met de lokale tijd in Polynesië. Maar daar bleek dat we nog niet helemaal de goede tijd hadden. Toen we, na 25 zeildagen, zondagochtend om 8 uur scheepstijd klaarstonden voor de kerkdienst, bleek het lokale tijd nog 7 uur te zijn, en konden we nog een beetje rondkijken in het dorp.
Uit deze lengtesprong kunnen we ook heel simpel de gezeilde afstand bepalen:
60° x 60 [mijl per graad] x 0,98 (=cos gem breedte) = 3.528 zeemijl. (de paar graden die we zuidelijker zijn beland laat ik gemakshalve buiten beschouwing).

Zelfs in “De thuiskomst” van Anna Enquist, wat het verhaal verteld van de vrouw van James Cook, komen de “Timekeepers” van William Harrison voor. Zo belangrijk voor het oplossen van het “longitude”-probleem van navigatie. Als Cook terugkomt van één van zijn reizen laat hij een vat port bezorgen bij Harrison, zo dankbaar is hij voor de feit dat hij de tijd bij zich had, en daarmee zijn lengtegraad kon vaststellen. Voor ons, gewend aan GPS en digitale kaarten, bijna niet meer voor te stellen.

Jupiter
Jupiter heeft ons de gehele reis vergezeld. Als de zon onderging, zo rond 6 uur, was Jupiter een van de eerste hemellichamen die we zagen. Jupiter bevond zich in het begin net ten westen van de Melkweg. Het mooie is dat we goed kunnen zien waarom de planeten ook wel dwaalsterren werden genoemd. Jupiter schoof, hoewel hij zelf oostwaarts gaat, een tijd naar het westen, dus iets verderweg van de Melkweg. Dit wonderlijke fenomeen is alleen zichtbaar als de aarde tussen de betreffende planeet en de zon doorschuift. Omdat Jupiter rond middernacht boven ons staat, is de aarde daar nu mee bezig. Als de aarde weer tussen de zon en Jupiter weg is, gaat Jupiter weer aan haar gewone beweging oostwaarts beginnen. Hopelijk kunnen we dat de komende tijd met eigen ogen zien.
Op maanloze nachten is Jupiter het felste hemellichaam, zelfs de zee laat dan een brede baan weerspiegelingen van Jupiter zien. Als de maan schijnt, is het net of iemand een lamp heeft aan gedaan. Omdat Bernard nachtblind is (beweert hij) proberen we de wachten zo in te delen dat hij profijt van de maan heeft.

Daglicht
De zon gaat rond 6 uur onder. We proberen het avondeten tegen die tijd klaar te hebben, zodat we gezamenlijk dit mooie schouwspel kunnen zien. Als we onderweg zijn op zee, gaat iedereen, behalve degene op wacht (6-9), te kooi om weer wat slaap te pakken.
Op ankerplaatsen is het prachtig om met elkaar, in het kuipje, te genieten van het donker worden en het opkomen van de indrukwekkende sterrenhemel. Soms komt de sisha te voorschijn en wordt er genoten van de waterpijp. Of we drinken een klein glaasje rum. Op zee drinken we in het geheel geen alcohol. Op ankerplaatsen zelden. We hebben nu een paar keer met elkaar een fles wijn gedronken. De koelkast kan aan als er voldoende zon en wind is voor de energieopwekking.
De dag kondigt zich in de ochtend tegen 5 uur echt aan. In het oosten zijn alleen nog maar de helderste sterren te zien en worden de contouren van de wolken goed zichtbaar. Rond 6 uur komt de zon op. De eerste paar uur is de zon heerlijk, daarna begint hij al heet te worden. Als het licht was geworden sta ik meestal ook weer op om eerst een zeewaterdouche te nemen, gewoon met de puts op het voordek. Alles en iedereen wordt toch pikkerig van het zout, dan maar schoon pikkerig.

Snorkelen
Het snorkelen blijkt een sport op zich te zijn. Ik heb me door Bernard laten meenemen om goede snorkelspullen te kopen bij “Pacific diving”, hoe toepasselijk, nog wel in Reeuwijk. Aan de oppervlakte rondzwemmen en naar beneden kijken is ook al mooi, maar dichterbij de rotsen en het koraal, en in spleten en holen kijkend is wel zo mooi. Dan kun je zien hoe bepaalde visjes heerlijk tussen het koraal zitten, of hoe onder een rotsoverhang allerlei vissen je glazig aankijken wat jij daar komt doen. De meeste koraalvissen gaan niet voor je uit de weg, en zwemmen gewoon voor je bril. Allerlei vormen, kleuren en patronen, echt schitterend om in rond te dwalen. Indrukwekkend zijn de grote beesten; roggen die half verscholen op/onder het zand liggen, Manta-roggen, metersgroot, die soms vlak langs komen zweven, of rifhaaien. De eerste die ik zag was een dikke die overstoorbaar in tegenovergestelde richting naar de andere kant van de baai zwom. Op Tahanea volgde ik een rifhaai om een mooie foto te maken, toen keerde hij zich om en zwom uit de diepte recht op me af. Dat was niet de bedoeling dat hij belangstelling voor mij zou hebben! Gelukkig was dat ook niet zo en ging hij gewoon verder met rondzwemmen. Simon ontmoette dezelfde duiksessie een enorme dikke tonijn die recht op hem afkwam, schrok zich te pletter, toen schrok de tonijn en ging een andere kant op. Zo heb ik inmiddels ook mijn eerste octopus gezien, die zich heel schattig terugtrok in zijn hol in een rots op de bodem, en van daaruit mij bleef volgen met zijn ogen. De eerste morene zal ik niet gauw vergeten. Ik zwom op diepte langs een koraalwand, voor me twee blacktip reefsharks, toen er uit een hol een grote morene zijn kop stak en zijn bek met vreselijk tanden opende. Ik kan me niet herinneren dat ik zo geschrokken ben. Toen ik omhoog zwom kwam er onder me door nog een andere haai, die we niet met zekerheid kunnen determineren (mogelijk een houndfish of een sandtiger).

Om naar benden te gaan viel in het begin nog niet mee. Eerst wilden mijn oren nog niet klaren, dan doet elke diepte meer dan 1 meter pijn. Dat gaat nu gelukkig probleemloos. Later blijkt dat je ook nog je duikbril zelf moet compenseren, die wordt anders verschrikkelijk hard in je gezicht geduwd. Kortom, onderweg naar beneden ben je druk met van alles.
Ik had als beginner geen lood gekocht. Dat zit dan aan een gordel met een paar kilo om gemakkelijker te kunnen dalen. Inmiddels gebruik ik een stukje ketting van een paar kilo dat ik om mijn middel knoop. De energie die je bij het naar beneden duiken bespaart, kun dan benut worden om langer rond te kijken.
In het begin was ik steeds bang voor ademnood (in zwembaden durfde ik nooit lang of diep onder te gaan), als ik dan vond dat ik moest ademen, ging ik keihard naar boven zwemmen, wat het gevoel van ademnood (of paniek) verder versterkt. Inmiddels durf ik me rustig te laten omhoog drijven, afgezien van de eerste meters, ga je toch ongeveer even hard omhoog als een luchtbel. Het signaal van het lichaam wanneer het tijd is om weer te gaan ademen moet ik nog wel leren lezen. Gelukkig zijn Simon en Bernard heel ervaren en kunnen ze me voorzien van tips.

Sailing

Fatu Hiva

Door Bernard

Bij het ochtendgloren van de 25e dag verschijnt Fatu Hiva aan de horizon. Het is de langste oversteek van de Lotta tot nu toe; ruim 3600 zeemijlen. Nog maar 10 dagen geleden had Simon berekend dat we ons toen, op het meest geïsoleerde moment van onze reis, op 200 mijl van het International Space Station bevonden, 1200 mijl ten Noorden van Paaseiland, 1500 mijl ten Westen van de Galapagos en nog 1500 mijl voor de boeg naar ons eerste doel, Fatu Hiva.

Al meer dan 20 dagen hebben we niet het minste teken van menselijk leven gezien; geen zeiltjes of containerschepen aan de ijle horizon, geen strepen van verkeersvliegtuigen hoog in de lucht, geen afval dobberend in zee, en zelfs geen satellieten zoals die ‘thuis’ de nachtelijke hemel doorkruisen.

De eerste dagen brachten we door in opgewonden wij-gaan-op-avontuur-en-we-zijn-niet-bang stemming. Toen raakten we ingeslingerd, en kwamen in het ritme van het wacht lopen. Toen we merkten dat we voortvarend zeilden, probeerden we een poosje het 24-uur record van de Lotta te verbreken (Het record schijnt op 160 mijl te staan, echter het bewijsmateriaal is nat geworden en niet meer leesbaar. We hebben enkele dagen op 156, 158 mijl gezeten, en toen eenmalig 164 mijl! Alleen merkte Simon fijntjes op dat we die dag de klok een uur achteruit gezet hadden en dat we dus 25 uur geteld hadden… In ieder geval waren we toen race-moe en gingen het wat rustiger aan doen… Temeer daar zowel de kluiver als de bazaan inmiddels twee, respectievelijk een noodreparaties ondergaan hadden en de spinakker aan flarden gezeild was… )

En nu doemt daar dan, toch nog onverwacht snel, ons eerste Polynesische eiland op: het legendarische Fatu Hiva van de eilandgroep de Markiezen. Sla je klassiekers er maar op na; Paul Gauguin, Thor Heyerdhal, Jacques Brel.
Het is een klein eiland met maar één baaitje waar alle passerende jachten ankeren; het zijn er nu slechts 4! Het uitzicht is spectaculair; hoog boven ons rondom scherpe graten van pikzwart vulkanisch gesteente; en in de valleien de overdadige boomgaarden; Kokospalmen, bananen, mango’s, apenbroodbomen, en natuurlijk citrusvruchten. Onze absolute lieveling is de pompelmoes, zo mega groot, zoet en sappig!
We hebben onze klok een uur te weinig bijgesteld, en zijn dus te vroeg voor de kerkdienst. Gelukkig maar, want we worden vriendelijk teruggestuurd met duidelijke instructies wat te verbeteren aan onze kledij . En terecht; alle dorpsbewoners hebben zich op hun paas-best aangekleed, zich elegant getooid met de traditionele bloemen in het haar. Ze genieten zichtbaar van het feestelijke samenzijn; het jeugdkoor zorgt voor extra uitbundigheid.

De volgende dagen maken we alle wandelingen die redelijkerwijs te doen zijn (helaas zijn de spectaculaire pieken en graten te uitdagend, zelfs voor de van Hemerts). We proberen ons te bekwamen in de kunst van het ontvangen, of ruilhandelen, of wat is wat? We beheersen de kunst nog allerminst, maar in ieder geval last Simon een paar extra steunen aan de trailer van een lokale beeldhouwer en krijgt in ruil een beeldje van een tiki en dan nog een toegift: nog een beeldje, van een manta-rog. Peter bestelt een speciale replica van het beeld aan de haven – een zwangere schone, ditmaal mét borsten, te bezorgen in Papeete over een maand. Heeft hij teveel betaald? Hij krijgt na het sluiten van de deal een varkenspoot mee waar we ons een halve week ongans aan eten. Coby’s leesbril krijgt een nieuwe bestemming bij ambachtsvrouw Hei, die een naaimachine heeft en ook wel raad weet met de flarden spinakker.

En zo vertrekken we in de vroege ochtend van de vierde dag met Lotta zwaar beladen met bananen en pomplemoesen en in ons hoofd bijzondere herinneringen, op weg naar Hiva Oa, waar we ons eigenlijk als eerste hadden moeten inklaren. We zijn het met elkaar eens dat ons bezoek aan dit paradijselijke eiland een eventuele boete meer dan waard is.

fix her up

Overhaul in Ecuador & half the Pacific

By Luja
This text was originally written in German. You can find the original text in German below. At the very bottom of this blog you can find three poems which I wrote during the crossing, one in English and two in German.

Part 1: Lotta on the dry
The works starts just as we get Lotta out of the water: scraping mussels. We kill mountains of mussels with all possible tools. The mussels inhabit Lotta in a miniature ecosystem. It is good that I had postponed my first sweet water shower since a month as I am now getting showered in crushed mussels. But I really don’t mind. It is great to see Lottas rump emerge bit by bit as we can see the result of our work immediately.
The first day on land in Las Salinas is weird. I am feeling strange. It’s not just the slight weakness in my legs, which are not yet used to steady grounds. Rather, I am not really here with my mind. It takes time till I get that the reason for feeling weird is being on land. Simon: “that’s totally normal, I feel the same. It’s the land-hangover”. It’s true. I actually do feel hangover. I expected a lot from being on land again but not feeling hangover!
Also strange is always to climb 3m to get on board. Even more strange is my unmoving bunk at night. Sometimes I am even having trouble to fall asleep as I miss the rocking of the waves.
Soon the working days aboard start to blend in with another. Simon and me start with three full days of rust busting. A steel boat like Lotta means A LOT of rust busting. First, Simon removes the rust with his Flex, then I come with my little hammer and scraper “klonk-klonk-klonk“ and polish with sanding paper. Simon: “you’ll probably start dreaming about rust busting too”. And he’s right. But I don’t really dream about rust busting. I just keep on hearing the “klonk-klonk-klonk“ in my dreams.
When I shower, I first loose a layer of rust. In a way I change color like a Chameleon. Also, I slowly start to find it interesting to do manual work for so many days in a row. It’s mainly strange because it would be more natural if I’d experience this more often. This probably sounds a little cryptic. What I mean is that I haven’t done much manual work in my life so far. But it feels good and somehow natural. But again I feel like a true city girl; not for the first time in this trip…

Part 2: Crossing half the Pacific
Our departure is delayed by two days. This way we still have time for some relaxation after all the work on Lotta and to do the massive groceries for four (!) months. We stuff every free corner with cans, pasta, kale, bananas and 5kg of peanut butter. Yes 5kg, you can see I am in Dutch company^^. So we start on the 16th of July.
The first days I am lazy, seasick and need a lot of time to get back to the sailing rhythm. This trip is actually very different that the one toward Ecuador. We are much faster! In my night shift today we made 21nm in 3h. Before, this distance took us more like 12h… Also, the waves a much nicer and of course the group is different. It takes a while till I blend in with the group. The others just know each other for a very, very long time. Also, I don’t really have the energy to speak Dutch at the start. But as time passes we get acquainted both in terms of language and personally. I still don’t speak much Dutch but I can follow most of their discussions.
Simon often warns me not to fall too much in lethargy. That’s mentally dangerous here aboard. Basically, that’s because here it is very true that the only thing that happens is what you do. But I don’t feel too lethargic. More relaxed and calm. I try to find a good balance between activity and chilling. That because at sea everything is more exhausting. It feels as if a part of my capacity always goes toward balancing out the rolling of Lotta. That’s is why thinking is harder, cooking more exhausting and even reading takes more energy than normal. Especially the part about the thinking surprises me. I had planned to think about stuff that I usually postpone “for later”, while at sea. But as I said thinking is harder here because of my reduced capacity. Also, I often catch myself staring at the horizon instead of thinking. But that’s nice too. I feel a bit like the wind and waves enter my mind and my thoughts wave back an fourth or are carried away by the wind. Zen is a good description for this too. Originally, I had planned to meditate regularly on this journey but I often get dizzy while meditating, caused by the rolling. Also, I feel like having wind and waves in my mind is a very nice way of meditating too.

21.07.
I grooved in to the sailing rhythm. Of course, it helps that I am not seasick anymore. I read and cook more now. Yesterday night we had a gorgeous night and star sky. Clear and radiant I see the the milky way. And I also start to gain orientation on the star patterns. Orion, Cassiopeia, the Scorpion, Borealis Australis and if I am lucky, I can even find Andromeda, the only other galaxy visible from earth. I lay down in the cockpit and grow childlike amazement. Sometimes, I get a little jealous for a time when there was no light smog and people could see this gorgeous sky every night. When I lay around like this now, I listen to the wind entering the boat. It’s almost like music. The waves and the change of wind intensity vary the tones that the wind makes. I feel lucky to be here.


25.07.
Maybe I should also tell a little about the sailing as such in lay terms. But there isn’t much to tell because it’s going so well^^. The trade wind we are sailing is formed through the turning of planet earth. That is why it is very consistent we we don’t have to maneuver much. We never need to tack (changing sails from one side to the other). We mainly just give more of less room for the main sail, jib (sail at the very front, similar to a Genoa sail) and mizzen (sail at the rear), depending on the wind direction. Toward the end of our 25 days at sea, we have wind from behind a lot. That is why we lower the side boom from the main mast and thus create a lot of space for the jib. We then give a lot rope to the main sail on the other side. This way there is a very large sail area for the wind to push our Lotta forward. We get very, very fast. Sometimes, we are so fast that we rather push through a wave instead of surfing on it. Then the boat stays pretty much straight and we don’t roll to either side. Paradoxically this then feels super slow…
I had hoped that this trip would give me a sense for the size of planet earth. Strange enough, I am now not sure if I got a feeling for it or not. I am sure that I can feel the movement of Lotta despite the surrounding staying pretty much the same all the time (sky, clouds and a lot of water). Sometimes it is like we surf through water-mountain-chains. Then I project landscapes, river beds and valleys in the moving waves. Often, I also see a cityskyline in the clouds at the horizon. And of course, I watch how the clouds change form, making animals or not and pass by. A big and dark set of clouds usually brings a lot of wind. We then reef the sails precautionary. When the wind is already there, reefing gets exhausting and dangerous.
Speaking of dangers 🙂 Many people tried to scare me ahead of this trip. Because I don’t tend to get scared some of this was probably good. Now it seams to me that falling over board ist most dangerous. That is why we wear rescue jackets at night. They have a light, hold you over water even when unconscious and can be found with an AIS signal. With these vests we clip in to the “life-line” which goes all the ways across the boat. If I now walk across the boat and fall out, I am pulled along Lotta and don’t need to be searched in the waves. Since Lotta left the Netherlands in September 2018 no one fell overboard, luckily.
Anyway, what I wanted to say us that I am sometimes surprised that I don’t get scared at all by being surrounded by 3000km of water in all directions. You could call this naive; maybe it is. But I feel good here. I guess with the three Dutch skippers, I am in good hands.

Below the German text you’ll find the poems.
ORIGINAL TEXT IN DEUTSCH

Überholen von Lotta in Ecuador & der halbe Pazifik

Part 1: Lotta auf dem Trocknen

Kaum ist Lotta aus dem Wasser gezogen, schon geht die Arbeit los: Muscheln kratzen. Mit allen möglichen Werkzeugen machen wir bergeweise Muscheln den Garaus, die in einem Mini-Ökosystem das Boot bevölkern. Es ist gut dass ich meine erste Süßwasser Dusche seit einem Monat noch vor mir haben, denn jetzt werde ich erstmal in zerstoßenem Muschelfleisch geduscht. Irgendwie macht es mir gar nichts aus und während wir arbeiten kommt immer mehr von Lottas Rumpf zum Vorschein. Es ist toll so direkt das Resultat der Arbeit zu sehen.
Der erste Tag an Land nach 15 Tagen segeln in Las Salinas ist seltsam. Ich fühle mich komisch. Es ist nicht nur die leichte Schwäche in den Beinen die noch nicht ganz an die Beständigkeit des Bodens gewöhnt sind. Vielmehr bin ich in meinem Kopf nicht ganz da. Es dauert bis ich verstehe, dass das an Land sein der Grund ist warum ich mich unwohl fühle. Simon: “that’s totally normal, I feel the same. It’s the land-hangover”. Es stimmt. Ich fühle mich wirklich verkatert. Ich habe viel erwartet davon wieder an Land zu sein aber keinen Kater!
Es ist auch seltsam immer ca. 3m zu klettern bevor ich an Bord bin. Noch seltsamer ist die unbewegte Koje bei Nacht. Manchmal fällt es mir fast schwer einzuschlafen, weil ich das Schaukeln vermisse.
Bald beginnen die Arbeitstage an Boot ineinander zu verschwimmen. Zunächst verbringen Simon und ich etwa drei volle Tage mit rostklopfen. Ein Stahlboot wie Lotta bedeutet SEHR viel Rost klopfen. Zuerst scannt Simon den Rost mit der Flex ab, dann komme ich mit Hammer und Kratzer “klonk-klonk-klonk“ und poliere mit Sandpapier. Simon: “you’ll probably start dreaming about rust busting too”. Und er hat Recht. Allerdings träume ich nicht so sehr vom rostklopfen sondern höre das “klonk-klonk-klonk“ einfach nur in meinem Träumen weiter.
Wenn ich duschen gehe, kommt erstmal eine Schicht Rost ab und ich wechsele gewissermaßen die Farbe, wie ein Chameleon. Langsam beginne ich es seltsam zu finden viele Tage am Stück so rein körperlich zu arbeiten und dann auch so körperlich erschöpft zu sein. Das ist vor allem deshalb seltsam weil es natürlicher wäre, würde ich dies öfter erfahren. Da klingt vermutlich etwas kryptisch. Was ich meine ist, dass ich bislang nie so viel körperliche Arbeit am Stück gemacht habe. Es fühlt sich gut und irgendwie natürlich an. Und wieder denke ich dass ich ein ganz schönes Stadtkind bin, haha.

Part 2: Pazifiküberquerung
Unsere Abfahrt ist zwei Tage verzögert um nach all der Arbeit am Boot noch Zeit für etwas Entspannung und den Großeinkauf für vier (!) Monate zu haben. Sobald jede freie Ecke vollgestopft ist mit Dosen, Nudeln, Kohl, Bananen und ca 5kg Erdnussbutter (ja 5kg ich bin schließlich in niederländischer Begleitung ^^), geht es am 16.07. los.
Die ersten Tage bin ich faul, seekrank und brauche viel Zeit um wieder in den Bordrhytmus zu kommen. Diese Fahrt ist doch sehr anders als die Strecke nach Ecuador. Wir sind um Welten schneller! In meiner Nachtschicht heute haben wir in 3h 21nm zurückgelegt. Vorher haben wir für diese Strecke eher 12h gebraucht… Ausserdem sind die Wellen hier viel angenehmer und natürlich ist die Gruppe anders. Es dauert etwas bis ich mich eingegliedert habe. Die anderen kennen sich einfach schon sehr, sehr lange. Ausserdem habe ich vor allem zu Beginn nicht die Energie um Niederländisch zu sprechen. Aber Stück für Stück spielen wir uns sprachlich und persönlich aufeinander ein. Niederländisch spreche ich immer noch wenig zu den anderen, aber ich kann den meisten Unterhaltungen folgen.
Simon warnt mich oft davor zu sehr in Lethargie abzufallen. Auf dem Boot ist das mental gefährlich, denn das einzige was passiert ist mehr oder weniger was ich tue. Aber ich fühle mich nicht übermäßig lethargisch. Eher entspannt und gelassen. Ich bemühe mich eine Balance zu finden zwischen Aktivität und rumhängen. Alles ist nämlich auf dem Boot anstrengender. Es ist als wäre ein Teil meiner Kapazität ständig mit dem Ausgleichen der Wellenbewegung beschäftigt. Deshalb ist Nachdenken schwieriger, kochen anstrengender und sogar lesen braucht mehr Energie als normal. Vor allem das mit dem Nachdenken hat mich überrascht. Ich hatte mir vorgenommen hier auf dem Boot Dinge zu reflektieren, die ich sonst “auf später“ vertage. Aber das Nachdenken fällt, wie gesagt, schwerer wegen verminderter Kapazität. Außerdem erwische ich mich ständig dabei wie ich statt zu denken den Horizont beobachte. Das hat aber auch was. Ich fühle mich als wäre der Wind und die Wellen in meinem Kopf drin und meine Gedanken wabern wie die Wellen oder werden vom Wind hinfort getragen. Zen ist auch eine gute Beschreibung. Eigentlich wollte ich auf dem Boot täglich meditieren. Aber mir wird dabei oft schwindelig haha. Außerdem habe ich das Gefühl Wind und Wellen im Kopf zu haben ist auch eine sehr gute Form der Meditiation.

21.07.
Ich habe mich eingegroovt. Dabei hilft natürlich auch, dass ich nicht mehr seekrank bin. Ich lese und koche mehr. Gestern Nacht war der bislang schönste Nacht- & Sternenhimmel. Klar und leuchtend sehe ich die Milchstraße und so langsam kann ich mich am Sternenhimmel orientieren. Orion, Cassiopeia, der Skorpion, Borealis Australis und wenn ich Glück habe finde ich sogar Andromeda, die einzige andere Galaxie die man von der Erde aus sieht. Ich lege mich im Cockpit auf den Rücken und staune. Manchmal werde ich neidisch auf eine Zeit in der es nirgens Lichtsmog gab und man dies immer sehen konnte. Wie ich hier so liege lausche ich dem Wind, wie er ins Boot herein pfeift. Es ist fast wie Musik. Durch den Wellengang und den an- und abschwellende Wind verändert sich die Tonhöhe beständig.

25.07.
Vielleicht sollte ich auch etwas übers Segeln an sich erzählen. Allerdings gibt es nicht viel zu erzählen weil es so extrem gut läuft, ^^. Der Passatwind mit dem wir segeln wird durch die Drehung der Erde erzeugt. Deshalb ist er sehr beständig und wir müssen so gut wie keine Segelmanöver machen. Wenden (Segel von Steuerbord nach Backbord & vice versa) müssen wir nie. Wir geben hauptsächlich dem Großsegel mehr oder weniger Spiel, jenachdem ob wir Raumwind (von hinten) haben oder nicht. Gegen Ende unserer 25 Tage auf See haben wir sehr viel Raumwind. Deshalb lassen wir den Seitenbaum vom Großmast herunter und fächern somit die Gyp (Segel ganz vorne, ähnlich dem Genuasegel) ganz auf nach links. Derweil geben wir sehr viel Spiel fürs Großsegel rechts und haben so eine enorme Fläche auf die der Wind stößt. Wir sind sehr, sehr schnell unterwegs. Manchmal sind wir so schnell dass wir eher durch eine Welle durchschießen statt auf ihr zu surfen. Dann ist das Boot sehr gerade und rollt nicht von links nach rechts. Paradoxerweise fühlt sich das dann ganz langsam an.
Ich hatte gehofft über diese Reise ein Gefühl für die Größe der Erde zu bekommen. Seltsamerweise bin ich jetzt nicht sicher ob ich dieses Gefühl nun habe oder nicht. Sicher kann ich sagen das ich die Fortbewegung des Bootes spüre auch wenn die Umgebung immer gleich bleibt (Himmel, Wolken, sehr viel Wasser). Manchmal ist es als führen wir durch eine Wasser-Berglandschaft. Dann projiziert ich Gegenden, Flusslandschaften und Täler in die Wellen. Oft sehr ich auch eine Cityskyline in den Wolken am Horizont. Und natürlich beobachte ich wie die Wolken sich verformen, Tiere bilden oder nicht und an uns vorbeiziehen. Eine große oder dunkle Wolkenfront bringt meinst viel Wind. Dann lassen wir vorsichtshalber etwas Segel runter. Denn wenn der Wind schon da ist, ist das raffen der Segel anstrengend und gefährlich.
Bezüglich Gefahren 🙂 Viele Leute haben versucht mir vor diesem Trip etwas Angst zu machen. Da ich zu Angst nicht neige war ein Teil davon sicher gut. Mir scheint nun die größte Gefahr ist es von Bord fallen. Deshalb tragen wir Nachts Rettungswesten, die man orten kann. Die haben Licht und halten einen auch über Wasser, wenn man ohnmächtig wird. Damit klippen wird uns in die “Life-line“ die über das ganze Boot reicht. Wenn ich also nachts über das Boot spaziere und herunterfalle, werde ich weiter mitgezogen und muss nicht im Wasser gesucht werden. Seit Lotta auf dem Weg ist (September 2018), ist aber noch keiner über Bord gegangen. Zum Glück!
Wie auch immer, ich wollte eigentlich sagen, dass ich manchmal etwas überracht bin, dass es mir null Angst macht von ca 3000km Wasser in alle Richtungen umgeben zu sein. Man mag das naiv nennen, vielleicht ist es das, aber ich fühle mich gut hier. Ich denke mit den drei niederländischen Skippern bin ich in guten Händen.

Poem’s – Gedichte
So much sky
So much sky
There is so much sky
But I never look up
I don’t bother

Now, I’ve got time
More time than everI
To look up
And it’s great

I can feel how
We are made of open sky
Look up and relax
See 1000 shades of blue

The sky is still but moving
Never be afraid
The sky is there for you
Just look up & relax

Träumen
Träumen ist ein Ausweg
Ein Schutzraum
Ein Raum der Ideen
Der Wünsche

Jetzt sind die Träume langsam
Und unkonkret
Träume aus Wolken
Träume aus Wasser

Ich träume von Liebe
Zufriedenheit, Wärme, Licht
Ich träume ohne Verlangen
Einfach driften, wunschlos

Das sind die besten Träume
In meinem Schutzraum
Entstehen Welten
Die vergehen

Ein Korn wächst
Langsam sehe ich die Zeit vergehn
Tick tack
Folgt mein Auge der Uhr

Die Wogen meiner Gedanken
Ziehen träge vorbei
Trotzdem ist mein Kopf leer
Und ich fühle den Wind darin

Jeder Gedanke
Ernsthaft oder banal
Verweht und wird Dunst

Was mir bleibt
Ist ein kleines Samenkorn
In meinem Herzen
Ein Korn Glückseligkeit

In stiller Beobachtung
Erscheine ich regungslos
Doch ich nähre dies Korn
Und schaue lieber zum Horizont
Als auf die Uhr